Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.2.6
5.2.6 Beslag onder zichzelf op roerende zaken tegenover ‘gewoon’ beslag op roerende zaken
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS585237:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Westenberg, Sdu Commentaar Burgerlijk Procesrecht, art. 479h Rv (online, bijgewerkt t/m 16 juli 2017), Stein, GS Vermogensrecht, art. 3:13 BW, aant. 17.12 (online, bijgewerkt t/m 1 januari 2017), De Knijff 2010, p. 91. ‘Eigenbeslag’ lijkt een ingeburgerde manier te zijn om beslag onder zichzelf aan te duiden (zie bijvoorbeeld ook Beslagsyllabus versie augustus 2018, p. 36-37), maar het is geen wettelijke term.
Van Mierlo, GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 479h Rv, aant. 1 (online, bijgewerkt t/m 1 maart 2000), Krzemiński 2016, p. 72. Beslag onder zichzelf op een vordering die de schuldenaar op de beslaglegger heeft doet zich vooral voor, wanneer verrekening niet mogelijk is, zie Krzemiński 2016, p. 72, Westenberg, Sdu Commentaar Burgerlijk Procesrecht, art. 479h Rv (online, bijgewerkt t/m 16 juli 2017).
175. Op grond van art. 479h Rv kan de schuldeiser beslag leggen op vorderingen die de schuldenaar op hem heeft of uit een bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op “aan de schuldenaar toebehorende roerende zaken die hij voor deze onder zich houdt en die geen registergoederen zijn”. Het beslag dat de retentor legt op de zaak van zijn schuldenaar, kan – wanneer er voldaan is aan art. 479h Rv – worden gekwalificeerd als ‘beslag onder zichzelf’. Dit type beslag wordt in de literatuur ook wel ‘eigenbeslag’ genoemd.1 Beslag onder zichzelf op een (toekomstige) vordering van de schuldenaar op de beslaglegger is een vorm van derdenbeslag.2 Beslag op roerende zaken van de schuldenaar die de schuldeiser voor de schuldenaar houdt kan mijns inziens niet als een vorm van derdenbeslag worden gezien. Het object van het beslag is niet een vordering, maar de zaak zelf (die zich onder de beslaglegger bevindt). Als er is voldaan aan de vereisten voor de kwalificatie van het beslag als een beslag onder zichzelf, is de betreffende regeling van toepassing (art. 479h- 479k Rv). Daaruit volgen een aantal vormvoorschriften, onder andere met betrekking tot de inhoud van het deurwaardersexploot en de afgifte van de zaak aan de deurwaarder ter executie (zie art. 479i en 479j Rv). Deze vormvoorschriften verschillen enigszins van die voor beslag op roerende zaken (vergelijk bijvoorbeeld art. 479i met art. 440 Rv). De retentor kan ook de route van ‘gewoon’ beslag op roerende zaken kiezen (art. 439 e.v. Rv).3 Beslag onder zichzelf is ingevolge art. 479h Rv alleen mogelijk op roerende zaken, zodat voor onroerende zaken alleen beslag op de onroerende zaak kan worden gelegd (zie art. 502 e.v. Rv).