V-N 2024/33.21
Hoge Raad gaat om: geen doorbrekingsleer meer voor wrakingszaken
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:918, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Tanja-van den Broek, Du Perron, Wattendorff, Schaafsma, Salomons
- Zaaknummer
23/04892
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS967672:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:918, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:233, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat niet langer op doorbrekingsgronden hoger beroep of beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen een beslissing op een wrakingsverzoek. De uitsluiting geldt niet als reeds vóór 21 juni 2024 een rechtsmiddel is aangewend tegen een beslissing op een verzoek tot wraking.
Samenvatting
In een civiel hoger beroep is door Hof Den Haag een verzoek tot wraking afgewezen. Belanghebbende gaat in cassatie en doet een beroep op de doorbrekingsleer. Volgens de doorbrekingsleer kan het rechtsmiddelenverbod worden doorbroken als wordt aangevoerd dat de wrakingsregeling ten onrechte niet is toegepast, of buiten het toepassingsgebied ervan is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.