NJB 2025/2166
Internationale binnenvaart. Fondsvorming. Een in Nederland teboekgesteld binnenvaartschip veroorzaakt schade aan een brug in België. De eigenaars en verzekeraar van het schip doen in Nederland een verzoek tot aansprakelijkheidsbeperking en fondsvorming. In deze cassatieprocedure betoogt de Belgische brugbeheerder dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om kennis te nemen van dit verzoek. De brugbeheerder baseert dit betoog op een uitleg van art. 12 lid 1 van het internationale verdrag CLNI 2012. Hoge Raad: 1. Rechtsmacht. CLNI 2012 bepaalt niet op welke grondslag aan de rechter rechtsmacht toekomt. Die rechtsmacht moet berusten op een buiten de CLNI 2012 gelegen grondslag. 2. Beoordeling ex nunc. Op de vraag naar welk moment de toewijsbaarheid van het verzoek tot fondsvorming beoordeeld dient te worden, is het nationale procesrecht van toepassing. In het Nederlands burgerlijk procesrecht geldt als uitgangspunt dat de rechter de toewijsbaarheid van een vordering of verzoek beoordeelt naar het moment van zijn uitspraak. 3. Litispendentie. Als in verschillende verdragsstaten een rechtsgeding aanhangig is gemaakt, is het aan de scheepseigenaar overgelaten om de verdragsstaat te kiezen waar een verzoek tot fondsvorming wordt gedaan. Voor de mogelijkheid in een bepaalde verdragsstaat een verzoek tot fondsvorming te doen, is niet van belang in welke verdragsstaat als eerste een geding aanhangig is gemaakt.
HR 05-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1239
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/03619
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1239, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:390, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑10‑2024
- Wetingang
(art. 642a-642z Rv; art. 12 lid 1 CLNI 2012; art. 11 lid 1 LLMC; art. 31-33 VWV)
Essentie
Internationale binnenvaart. Fondsvorming. Een in Nederland teboekgesteld binnenvaartschip veroorzaakt schade aan een brug in België. De eigenaars en verzekeraar van het schip doen in Nederland een verzoek tot aansprakelijkheidsbeperking en fondsvorming. In deze cassatieprocedure betoogt de Belgische brugbeheerder dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om kennis te nemen van dit verzoek. De brugbeheerder baseert dit betoog op een uitleg van art. 12 lid 1 van het internationale verdrag CLNI 2012. Hoge Raad: 1. Rechtsmacht. CLNI 2012 bepaalt niet op welke grondslag aan de rechter rechtsmacht toekomt. Die rechtsmacht moet berusten op een buiten de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.