De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief
Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/III.4.2.2.1:III.4.2.2.1 Polisbepalingen
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/III.4.2.2.1
III.4.2.2.1 Polisbepalingen
Documentgegevens:
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278898:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt ook voor media-aansprakelijkheid, zie hierna in §4.4.
HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376. Zie ook E.F.D. Engelhard, ‘Ruimer baan voor smartengeld bij ‘persoonsaantastingen op andere wijze’ zonder dat sprake is van geestelijk letsel’, AV&S 2019/37 p. 205.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals genoemd bestaat de onder de cyberverzekering gedekte schadevergoeding uit zuivere vermogensschade. Zaak- en personenschade zijn in alle cyberverzekeringen in beginsel van het schadebegrip uitgesloten. Ten aanzien van privacy-aansprakelijkheid maakt iedere cyberverzekeraar echter een uitzondering voor emotioneel leed of psychische schade die is veroorzaakt door een privacy-incident.1
Een aantal verzekeraars laat het daarbij. Bij de Achmea-labels Avéro, Interpolis en Centraal Beheer is op deze insluiting echter nogmaals een uitsluiting aangebracht: wel verzekerd is personenschade door ernstige schendingen van de persoonlijke levenssfeer, maar dit geldt niet voor schade door geestelijk letsel, dat – volgens de polisbepaling – in de wet wordt aangeduid als ‘persoonsaantasting’. Deze verzekeraar lijkt hiermee te doelen op artikel 6:106 lid 1 sub b slot BW (de benadeelde is ‘in andere wijze in de persoon is aangetast’).
De bedoeling van deze verzekeraar is niet helemaal duidelijk. Door personenschade wegens ernstige schendingen van de persoonlijke levenssfeer wel onder de dekking te brengen, maar vervolgens schade wegens geestelijk letsel als gevolg van die inbreuk weer uit te sluiten, lijkt het erop dat deze verzekeraar heeft gemeend dat het risico van geestelijk letsel als gevolg van een privacyschending niet onder de cyberverzekering thuishoort, maar ergens anders, bijvoorbeeld een AVB-verzekering. Welke schade wegens een ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer na een privacy-incident deze verzekeraar dan nog als gedekt voor ogen heeft gehad, is de vraag. De polisvoorwaarden dateren van vóór het hierna te bespreken EBI-arrest van de Hoge Raad uit 2019. Voorafgaand aan dat arrest was het slechts zeer zelden mogelijk om smartengeld te verkrijgen wegens een aantasting in de persoon, zonder dat daarbij sprake was van objectiveerbaar geestelijk letsel.2 Het lijkt er daarmee op dat deze verzekeraar de mogelijkheid tot het dekken van schadevergoeding door een privacyschending tot een minimum heeft willen beperken.