Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/7.2.2:7.2.2 Omzetting van een BV in een NV en omgekeerd
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/7.2.2
7.2.2 Omzetting van een BV in een NV en omgekeerd
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS501299:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd, zijn situaties waarin de moedermaatschappij van een fiscale eenheid zich omzet van een NV in een BV en omgekeerd, de eenvoudigste. Het betreffen namelijk in art. 28a Wet VPB 1969 van de liquidatiefictie uitgezonderde omzettingsvormen (zie uitgebreid hoofdstuk 6). Indien een moedermaatschappij van een fiscale eenheid zich omzet van BV in NV of omgekeerd, blijft de fiscale eenheid in stand omdat nog steeds wordt voldaan aan de bij of krachtens art. 15 Wet VPB 1969 gestelde voorwaarden (vergelijk art. 15 lid 6 onderdeel a Wet VPB 1969). Vanwege het behoud van rechtspersoonlijkheid ex art. 2:18 lid 8 BW is voor de heffing van vennootschapsbelasting na de omzetting namelijk sprake van dezelfde belastingplichtige, zij het in hoedanigheid van een andere – eveneens als fiscale eenheidsmoeder kwalificerende – rechtsvorm. Bovendien brengt het behoud van rechtspersoonlijkheid van de omzettende moedermaatschappij mee dat deze blijft voldoen aan de bezitseis ex art. 15 lid 1 Wet VPB 1969. Zowel de juridische als economische eigendom van ten minste 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij blijft immers tot het vermogen van de moedermaatschappij behoren. De omzetting van een als moedermaatschappij van een fiscale eenheid deeluitmakende BV in een NV kan met behulp van onderstaande figuur worden geïllustreerd.
Met het oog op de enkelsporige verliesverrekening ex art. 15ae Wet VPB 1969 impliceert deze omzetting onder andere dat de eventuele voorvoegingsverliezen van de omzettende moedermaatschappij, te weten BV M, niet verloren gaan. Dergelijke verliezen zijn na de omzetting verrekenbaar met de aan NV M toerekenbare winst van de fiscale eenheid. Ook de aan BV M toerekenbare fiscale-eenheidsverliezen blijven op gebruikelijke wijze verrekenbaar op de voet van Hoofdstuk V van de Wet VPB 1969; in het bijzonder geldt dat zij kunnen worden afgezet tegen zowel de voor als ná de omzetting behaalde fiscale-eenheidswinsten van BV D. Ten slotte merk ik op dat de binnen de fiscale eenheid geruisloos plaatsvindende omzetting niet kwalificeert als besmette transactie voor de toepassing van art. 15ai Wet VPB 1969. Binnen de fiscale eenheid blijven namelijk alle vermogensbestanddelen op hun plaats. Anders gezegd: de omzetting van BV M in NV M houdt geen overdracht van een vermogensbestanddeel in ex art. 15ai Wet VPB 1969.