BNB 2026/49
Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis ten aanzien van de onderneming. Bewijslastverdeling
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:137, m.nt. I.J.F.A. van Vijfeijken
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/01608
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
I.J.F.A. van Vijfeijken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD51564:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:137, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:1114, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Art. 35d lid 1 onderdeel c Successiewet 1956; art. 9 lid 2 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting (tekst 2013)
Essentie
Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis ten aanzien van de onderneming. Bewijslastverdeling
Samenvatting
Voortzetting zaak HR, BNB 2023/97c*.
De moeder van belanghebbende hield in 2011 via E BV aanvankelijk een indirect aanmerkelijk belang van 49% in D BV. De overige 51% werd indirect gehouden door een vennootschap van de neef van belanghebbende, F BV. In een aantal dochtermaatschappijen van D werden hoorcentra en optiekcentra geëxploiteerd. In 2011 is D gesplitst. Hierbij werden ‘horen’ en ‘zien’ verdeeld tussen de moeder en de neef. De moeder verkreeg via een door de splitsing ontstane dochtermaatschappij van E ‘horen’, waarin begrepen de deelneming ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.