Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.2
3.2 De taken en bevoegdheden van het bestuur van de NV
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232583:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor dat laatste: Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.2.2.
Artikel 2:312 BW.
Artikel 2:334f BW.
Artikel 2:331 en 334ff BW. Zoals uit die artikelen blijkt kunnen de statuten anders bepalen en kunnen aandeelhouders een dergelijk besluit onder omstandigheden alsnog naar zich toetrekken door binnen de relevante termijn het bestuur te verzoeken de AV bijeen te roepen om over de fusie of splitsing te besluiten.
Artikel 2:107 lid 2 BW en artikel 2:141 BW.
Artikel 2:391 BW.
Artikel 2:94b BW.
Artikel 2:94c BW.
Artikel 2:85 BW.
Artikel 2:109 BW.
Artikel 2:126 BW.
Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/231.
Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/200.
Met de woorden “in beginsel” wordt mijns inziens bedoeld dat de bevoegdheid tot het bepalen van de strategie beperkt kan worden door statutaire en wettelijke regelingen, zie hierover paragraaf 5.4.1 van dit proefschrift. Zoals Assink, MvO 2018/7, par 5.8 opmerkt, heeft de Hoge Raad nooit bevestigd dat het bepalen van het beleid en de strategie inderdaad een onderdeel vormt van de bestuurstaak als omschreven in artikel 2:129 lid 1 BW.
Wetsvoorstel Bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap (Kamerstukken II 2019/20, 35 367, nr. 2, p. 3). Hierin is voorgesteld om aan artikel 2:129 lid 1 BW toe te voegen dat voor de beursvennootschap onder de bestuurstaak in ieder geval begrepen moet worden het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap.
HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.3-4.4; HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken (ASMI), r.o. 4.4.1; HR 20 april 2018, NJ 2018/331, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2018/142, m.nt. A.F.J.A. Leijten (Boskalis/Fugro).
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/6 en 238. Zie ook HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO) en HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken (ASMI). Zie ook Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2017, JOR 2017/261, m.nt. C.D.J. Bulten (AkzoNobel), r.o. 3.9.
Assink/Slagter 2013 (Deel 1), §3.
Artikel 2:9 BW.
Maeijer 1964, par. 4.
Maeijer 1964, par. 4. Zie ook: HR 1 april 1949, NJ 1949, 465 (Doetinchemse IJzergieterij).
HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken (ASMI); Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/231. Zie uitgebreider over het richtsnoer voor het bestuur: paragrafen 3.1.4 en 5.1 van dit proefschrift.
Artikel 2:8 BW.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/151. Zie uitgebreid: paragraaf 5.4.1 van dit proefschrift.
Artikel 2:25 BW.
§141(a) DGCL.
Eisenberg & Cox 2014, p. 329.
Eisenberg & Cox 2014, p. 329.
Eisenberg & Cox 2014, p. 293.
Section 303A.01 van de NYSE Listed Company Manual en Rule 5605(b)(1) van de Nasdaq Stock Market Listing Rules.
Eisenberg & Cox 2014, p. 329-330.
Delaware Supreme Court, Cede & Co. v. Technicolor, Inc., 634 A.2d 345, 361 (Del. 1993).
Delaware Supreme Court, Aronson v. Lewis, 473 A.2d 805 (Del. 1984) en Delaware Supreme Court, Cede & Co. v. Technicolor, Inc., 634 A.2d 345, 361 (Del. 1993). Zie uitgebreid over de business judgement rule: Assink 2007, nrs. 16-22.
Zie uitgebreider over deze deze ‘triad of fiduciary duties’: Delaware Supreme Court, Cede & Co. v. Technicolor, Inc., 634 A.2d 345, 361 (Del. 1993). Zie ook: Assink 2007, nrs. 8 en 10–14 en par. 3.10 concl. A-G Timmerman bij HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO).
Er zijn in de praktijk grofweg twee categorieën van gevallen waarin sprake is van strijd met de duty of loyalty. De eerste categorie betreft gevallen waarin directors transacties aangaan namens de vennootschap terwijl zij duidelijke tegenstrijdige belangen hebben, bijvoorbeeld wanneer zij zelf de wederpartij zijn bij die transactie. De tweede categorie betreft gevallen waarin directors een corporate opportunity ontnemen aan de vennootschap door (al dan niet door middel van een rechtspersoon die zij controleren) in concurrentie te gaan met de vennootschap. Zie hierover: Blair & Stout 1999, p. 298-299.
Delaware Court of Chancery, Orman v. Cullman, 794 A.2d 5 (Del. Ch. 2002). Zie ook: Assink 2007, nr. 11.
De duty of good faith is minder duidelijk omlijnd, en wordt met name benaderd vanuit het perspectief van een ‘lack of good faith’, of simpelweg ‘bad faith’, zie Delaware Court of Chancery, In re Walt Disney Co. Derivative Litigation, 907 A.2d 693 (Del. Ch. 2005) en Eisenberg & Cox 2014, p. 675.
De Delaware Supreme Court heeft in Stone v. Ritter, 911 A.2d 362 (Del. 2006) bepaald dat de duty of good faith een subsidiair element en een voorwaarde is voor de fundmantele duty of loyalty. Deze verplichting werd traditioneel echter veelal weergegeven als een zelfstandig te onderscheiden onderdeel van de triad of fiduciary duties, zie Delaware Supreme Court, Cede & Co. v. Technicolor, Inc., 634 A.2d 345, 361 (Del. 1993). Zie hierover uitgebreid: Assink 2007, nrs. 8 en 13.
Zie Delaware Supreme Court, Aronson v. Lewis, 473 A.2d 805 (Del. 1984): “…directors have a duty to inform themselves, prior to making a business decision, of all material information reasonably available to them. Having become so informed, they must then act with requisite care in the discharge of their duties.” Zie ook: Delaware Supreme Court, Smith v. Van Gorkom, 488 A.2d 858 (Del. 1985) en de analyse in Assink 2007, nr. 12.b.
Delaware Court of Chancery, In Re Caremark Intern. Inc. Deriv. Lit., 698 A.2d 959 (Del. Ch. 1996). Zie hierover ook: Assink 2007, nr. 12.a.
Assink 2007, nr. 17.
Eisenberg & Cox 2014, p. 623. Zie ook: Assink 2007, nr. 17.
Eisenberg & Cox 2014, p. 623. Zie ook: par. 3.10 concl. A-G Timmerman bij HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO). In het geval van een transactie moeten de directors onder de entire fairness-test aantonen dat de transactie het resultaat was van fair dealing en fair price. Zie Delaware Supreme Court, Cede & Co. v. Technicolor, Inc., 634 A.2d 345, 361 (Del. 1993).
Eisenberg & Cox 2014, p. 1189.
In de Nederlandse praktijk zijn soortgelijke structuren ontwikkeld voor het geval een openbaar bod gestand wordt gedaan maar de bieder minder dan 95% van de aandelen verkrijgt en dus niet de bevoegdheid toekomt een uitkoopprocedure te initiëren. Zie hierover uitgebreid: De Brauw 2017, par. 15.3 e.v.
Delaware Supreme Court, Weinberger v. UOP, Inc., 457 A.2d 701 (Del. 1983).
Van dat laatste was bijvoorbeeld sprake in Delaware Supreme Court, Smith v. Van Gorkom, 488 A.2d 858 (Del. 1985), waardoor een inbreuk op de duty of care werd aangenomen.
Assink 2007, nr. 18.a.
§102(a)(4) en 151 DGCL. Zie ook: Eisenberg & Cox 2014, p. 212.
Eisenberg & Cox 2014, p. 212.
Bijvoorbeeld een publieke aanbieding van meer dan 20% tegen een storting anders dan in contanten, zie par. 312.03 van de NYSE Listed Company Manual.
De kerntaak van het bestuur is het besturen van de NV.1 Die taak behelst zowel een bevoegdheid om zelfstandig te besturen, zonder de verplichting aandeelhouders daarbij te betrekken (tenzij dat in specifieke gevallen vereist is op grond van de wet of statuten), alsook een verplichting tot behoorlijk en actief bestuur en beheersing van de onderneming.2 Onder de bestuurstaak valt onder andere de verantwoordelijkheid voor het dagelijks beleid, de dagelijkse leiding, het beleid en de strategie, het beheer van het vermogen, het beschikken over vennootschappelijke middelen, het bepalen van de vennootschappelijke activiteiten, het beheersen van risico’s, de implementatie van beheers- en controlesystemen, de verhoudingen met stakeholders, de cultuur, alle handelingen die vallen onder de statutaire doelomschrijving en alle handelingen die daar, naar gebruik en redelijkheid en billijkheid, mee samenhangen.3 Onder de bestuurstaak vallen voorts de specifieke wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden die hieronder worden genoemd.
Uitvoerende bevoegdheden: het vertegenwoordigen van de vennootschap,4 het doen verlijden van een akte tot statutenwijziging,5 het opstellen en ondertekenen van een voorstel tot fusie6 of splitsing,7 besluiten tot fusie voor een verkrijgende vennootschap en tot splitsing voor (1) een verkrijgende vennootschap of (2) een splitsende vennootschap mits (a) de verkrijgende vennootschappen bij de splitsing opgerichte NV’s of BV’s zijn waarvan de splitsende vennootschap enig aandeelhouder wordt of (b) de verkrijgende vennootschappen alle aandelen houden in de splitsende vennootschap.8
Informerende verantwoordelijkheden: het bestuur heeft een raadgevende stem in de AV,9 heeft een plicht tot het verstrekken van informatie aan de AV en de raad van commissarissen10 en heeft een informatieplicht in geval van wijzigingen nadat een splitsingsvoorstel is ingediend.11
Financiële verantwoordelijkheden: het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening12, het bestuursverslag,13 en het ondertekenen van een beschrijving van inbreng op aandelen anders dan in geld,14 een beschrijving bij een rechtshandeling die valt onder de Nachgründungsregeling,15 en het bijeenroepen van een AV indien het bestuur blijkt van een slechte vermogenstoestand.16
Organisatorische verantwoordelijkheden: het voeren van een deugdelijke administratie,17 het inschrijven van de vennootschap in het handelsregister,18 het bijhouden van een aandeelhoudersregister,19 het bijeenroepen van een AV20 en het deponeren van een authentiek afschrift van iedere akte van statutenwijziging.21
Onder de taak van het bestuur valt ook haar functioneren als initiërend orgaan van de vennootschap. Het bestuur heeft een voorbereidende taak bij vergaderingen van de raad van commissarissen en de AV en moet bevorderen dat de andere organen van de vennootschap goed functioneren.22 Het bestuur kan ook een enquête verzoeken namens de vennootschap.23 Voor zover besluiten bevoegdheden van de AV betreffen neemt het bestuur vaak het initiatief en doet voorstellen daartoe.24
Volgens de heersende leer valt in Nederland het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap en de met haar verbonden onderneming in beginsel binnen de bestuurstaak als geformuleerd in artikel 2:129 lid 1 BW.25 Op het moment van schrijven is er een wetsvoorstel aanhangig die deze leer – enkel voor de beursvennootschap – beoogt te codificeren.26 De raad van commissarissen houdt toezicht op het bepalen van het beleid en de strategie door het bestuur. De AV kan haar opvattingen terzake tot uitdrukking brengen door uitoefening van de haar in de wet en de statuten toegekende rechten. Dit laatste betekent dat het bestuur, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht is de AV vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is, ook niet bij wijze van consultatie of peiling.27 Wel heeft het bestuur een verantwoordingsplicht jegens de AV over het gevoerde beleid (en naar ik aanneem ook over de gevoerde strategie).28 Dit ziet ook op de wijze waarop het zijn strategische doelstellingen al dan niet behaalt. Het bestuur is daarnaast verantwoording schuldig aan de raad van commissarissen en de ondernemingsraad29 en iedere bestuurder dient zich te verantwoorden aan de overige leden van het bestuur.30 De verantwoordingsplicht jegens de AV komt concreet tot uiting in de verplichting tot het opmaken van een jaarrekening en een bestuursverslag en de plicht om de AV op verzoek alle verlangde inlichtingen te verschaffen.31 Elke bestuurder is tegenover de vennootschap gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn of haar taak.32 Bij het vervullen van die taak dient het bestuur in de eerste plaats het vennootschappelijk belang te behartigen.33 Hetzelfde geldt voor de raad van commissarissen.34 De Hoge Raad heeft in lijn hiermee geoordeeld dat het bestuur bij het vervullen van zijn taak het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop dient te stellen en de belangen van alle betrokkenen bij zijn besluitvorming in aanmerking dient te nemen.35 Bestuurders dienen zich jegens andere bij de vennootschap betrokkenen te gedragen overeenkomstig hetgeen vereist wordt op grond van de redelijkheid en billijkheid.36 Door verantwoording af te leggen kunnen aandeelhouders en andere bij de vennootschap betrokkenen nagaan of het bestuur haar taak behoorlijk heeft vervuld.
De bevoegdheden van het bestuur kunnen statutair worden uitgebreid, voor zover dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen zich daar niet tegen verzetten.37 In de statuten kan de bestuurstaak van het bestuur ook worden beperkt en kunnen besluiten van het bestuur worden onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de NV.38 Dit is alleen anders voor zover het bevoegdheden betreft die dwingendrechtelijk aan het bestuur zijn toegekend.39 De vraag kan opkomen hoever de statuten kunnen gaan in het beperken van de bestuurstaak en, in het verlengde daarvan, het beperken van de bevoegdheid van het bestuur om het beleid en de strategie te bepalen. Ik behandel dit in paragraaf 5.4.1 van dit proefschrift.
In Delaware is de board of directors in algemene zin verantwoordelijk voor het bestuur van en de gang van zaken binnen de onderneming.40
Bij Amerikaanse beursvennootschappen vervulde de board of directors van een beursvennootschap traditioneel de bestuursrol, maar dit is in de laatste 30 jaar in organisatorische zin verschoven naar een meer toezichthoudende rol, waarbij het management het dagelijks bestuur waarneemt.41 De taken van de board of directors zien met name op het selecteren en evalueren van de executives en het bepalen van hun remuneratie, het toezichthouden op de wijze waarop de onderneming wordt bestuurd en het beoordelen en goedkeuren van belangrijke plannen en het beleid zoals voorgesteld door het management.42 De board of directors (en niet het management) wordt binnen de vennootschappelijke verhoudingen echter gezien als het bestuur, in die zin dat daar de voornaamste vennootschapsrechtelijke bevoegdheden liggen.43 De meerderheid van de directors is in de praktijk onafhankelijk van de executives. De beursreglementen van de New York Stock Exchange (NYSE) en Nasdaq vereisen dit ook.44 Wanneer de CEO tevens de voorzitter van de board of directors is, dan kent die vaak tevens een lead independent director.45 Dit is een soort vice-voorzitter die veelal een grote rol heeft bij de interne gang van zaken binnen de board of directors en de externe communicatie met grootaandeelhouders.
De board of directors heeft bij het uitvoeren van de bestuurstaak een grote beleidsvrijheid dankzij de business judgement rule. De business judgement rule is gegrondvest op de aanname dat onder het recht van Delaware de aandeelhouders de verantwoordelijkheid voor het besturen van de onderneming hebben “toebedeeld” aan de board of directors.46 Deze verdeling van machten brengt met zich mee dat aandeelhouders niet elke bestuurshandeling steeds volledig moeten kunnen laten toetsen door de rechter en dat de board of directors een bepaalde mate van discretionaire bevoegdheid toekomt bij het uitoefenen van zijn bestuurstaak. Kortgezegd betreft de regel een vermoeden dat de board of directors bij het nemen van een besluit handelde op geïnformeerde basis, te goeder trouw en in de oprechte overtuiging dat de handeling in het belang van de vennootschap was.47 Ten grondslag aan de business judgement rule liggen drie fiduciaire gedragsnormen waarnaar directors dienen te handelen:48
de duty of loyalty. Deze verplichting houdt in dat directors dienen te handelen in het belang van de vennootschap en haar aandeelhouders en niet in hun eigen belang.49 Bij invulling van deze verplichting spelen gedachten over ongeoorloofde tegenstrijdige belangen en de onafhankelijkheid en objectiviteit van directors een belangrijke rol.50
de duty of good faith. Deze verplichting houdt in dat de directors te goeder trouw dienen te handelen.51 Dat wil in algemene zin zeggen dat zij naar beste eer en geweten handelen en niet met opzet schade toebrengen of hun verplichtingen verzaken. Tegenwoordig wordt de duty of good faith als onderdeel beschouwd van de hierboven genoemde duty of loyalty.52
de duty of care. Deze verplichting tot zorgvuldigheid ziet op de taken van de board of directors om goed geïnformeerde besluiten te nemen53 en toezicht te houden op de gang van zaken binnen de vennootschap, inclusief het zorgdragen voor een adequate interne controlestructuur.54
Indien een aandeelhouder een besluit van de board of directors wil aanvechten of schade wil verhalen op een of meer (oud-)directors, dan dient hij eerst te bewijzen dat de board of directors strijdig heeft gehandeld met een of meer van de hierboven genoemde gedragsnormen.55 Indien het de aandeelhouder niet lukt te bewijzen dat er inderdaad sprake was van strijd met de duty of care, de duty of loyalty of de duty of good faith, dan genieten de directors de bescherming van de business judgement rule en treedt de rechter niet in de beoordeling van het bestuursbeleid.56 Indien de board of directors strijdig heeft gehandeld met een of meer van de genoemde gedragsnormen, dan verschuift de bewijslast naar het bestuur om de inhoudelijke billijkheid van het besluit aan te tonen (de entire fairness-test).57
Aan het einde van de jaren 1970 wilde meerderheidsaandeelhouder The Signal Companies, Inc. de resterende aandelen in UOP, Inc. verkrijgen door een cash-out merger. Dit is een zogenaamde freezeout technique waarbij een fusie tot stand wordt gebracht tussen de doelvennootschap en een nieuw opgerichte vennootschap, als gevolg waarvan de meerderheidsaandeelhouder alle aandelen verkrijgt in de gecombineerde vennootschap en de minderheidsaandeelhouders een prijs in contanten voor hun aandelen ontvangen.58 Vaak wordt deze structuur gebruikt om minderheidsaandeelhouders uit te kopen na een openbaar bod.59 Nadat minderheidsaandeelhouders een procedure aanspanden om de afspraken in de fusieovereenkomst aan te vechten, overwoog de Delaware Supreme Court dat in dergelijke gevallen de entire fairness-test moet worden toegepast. Volgens hem houdt die test het volgende in: “The concept of fairness has two basic aspects: fair dealing and fair price. The former embraces questions of when the transaction was timed, how it was initiated, structured, negotiated, disclosed to the directors, and how the approvals of the directors and the stockholders were obtained. The latter aspect of fairness relates to the economic and financial considerations of the proposed merger, including all relevant factors: assets, market value, earnings, future prospects, and any other elements that affect the intrinsic or inherent value of a company’s stock. […] However, the test for fairness is not a bifurcated one as between fair dealing and price. All aspects of the issue must be examined as a whole since the question is one of entire fairness. However, in a non-fraudulent transaction we recognize that price may be the preponderant consideration outweighing other features of the merger. Here, we address the two basic aspects of fairness separately because we find reversible error as to both.”60
Kortgezegd, indien duidelijk is dat de board of directors objectief zorgvuldig heeft gehandeld – er was geen sprake van objectieve gebreken zoals tegenstrijdig belang, of zodanig ongeïnformeerd handelen dat sprake was van grove nalatigheid61 – dan treedt de rechter niet in de subjectieve beoordeling van de besluitvorming. Als de board of directors objectief onzorgvuldig heeft gehandeld, dan zal de rechter naar alle omstandigheden van het geval kijken, waaronder het proces, de structuur, transparantie en voorwaarden van een transactie. Ook in dat laatste geval kan een rechter overigens nog tot de conclusie komen dat geen sprake is van aansprakelijkheid omdat het onzorgvuldig handelen niet tot schade heeft geleid.62
De concrete taken en bevoegdheden van de board of directors van een Delaware corporation verschillen op onderdelen aanzienlijk van die van het bestuur van een NV. De board of directors is in Delaware bevoegd te besluiten tot uitgifte van (rechten tot het nemen van) aandelen tot aan het maatschappelijk kapitaal, behoudens beperkingen die kunnen zijn opgenomen in het certificate of incorporation.63 Wel kunnen aandeelhouders de uitgifte verbieden wanneer deze niet pro rata wordt gedaan.64 Ook verplicht het beursreglement van de NYSE vennootschappen in sommige gevallen aandeelhoudersgoedkeuring te vragen voor de uitgifte van (rechten tot het nemen van) aandelen.65