De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.1:5.3.3.1 Wanneer is sprake van een inmenging?
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.1
5.3.3.1 Wanneer is sprake van een inmenging?
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370884:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een inmenging in het recht op ongestoord genot van eigendom streeft EHRM naar een praktische en effectieve rechtsbescherming. Het EHRM onderzoekt wat er daadwerkelijk aan de hand is en kijkt daarbij soms door het nationale begrippenkader heen. Art. 1 EP laat zich daarom niet wegdefiniëren, althans niet door de inrichting van nationale regels. In het Depalle-arrest formuleerde het EHRM het als volgt:1
“Regarding whether or not there has been an interference, the Court reiterates that, in determining whether there has been a deprivation of possessions within the second “rule”, it is necessary not only to consider whether there has been a formal taking or expropriation of property but to look behind the appearances and investigate the realities of the situation complained of. Since the Convention is intended to guarantee rights that are “practical and effective”, it has to be ascertained whether the situation amounted to a de facto expropriation (see Brumfrescu v. Romania [GC], no. 28342/95, § 76, ECHR 1999-VII, and Sporrong and Lönnroth v. Sweden, 23 September 1982, §§ 63 and 69-74, Series A no. 52).”
Er is sprake van een inmenging als een door art. 1 EP beschermd belang in het geding is. Het beschermde belang betreft niet alleen het eigendom(srecht), maar ook de waarde, het behoud en het gebruik daarvan.2 Het feit dat het gebruik van eigendommen wordt beschermd door art. 1 EP, is ook logisch als voor ogen wordt gehouden dat een regulering van eigendom als een inmenging in art. 1 EP wordt beschouwd.