NJB 2024/1800
Faillissementsfraude door bestuurder van een rechtspersoon, art. 194 lid 1 Sr-oud: hoewel in de tenlastelegging en de bewezenverklaring het delictsbestanddeel ‘wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen’ ontbreekt, kon het hof toch aan deze bepaling de kwalificatie ontlenen van het ‘als bestuurder van een rechtspersoon, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven, meermalen gepleegd’, nu in dit specifieke geval in het tenlastegelegde en bewezenverklaarde bestanddeel ‘wettelijk verplicht’ besloten ligt dat de verdachte ‘wettelijk opgeroepen’ was tot het verschaffen van inlichtingen (HR verwijst naar conclusie A-G).
HR 03-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1113
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 september 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
21/04280
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1113, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:504, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑05‑2024
- Wetingang
(art. 194 Sr)
Essentie
Faillissementsfraude door bestuurder van een rechtspersoon, art. 194 lid 1 Sr-oud: hoewel in de tenlastelegging en de bewezenverklaring het delictsbestanddeel ‘wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen’ ontbreekt, kon het hof toch aan deze bepaling de kwalificatie ontlenen van het ‘als bestuurder van een rechtspersoon, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven, meermalen gepleegd’, nu in dit specifieke geval in het tenlastegelegde en bewezenverklaarde bestanddeel ‘wettelijk verplicht’ besloten ligt dat de verdachte ‘wettelijk opgeroepen’ was tot het verschaffen van inlichtingen (HR verwijst naar conclusie A-G).