De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.1.3:6.1.3 Samenhang tussen de rechtvaardigheidspercepties op één zitting
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.1.3
6.1.3 Samenhang tussen de rechtvaardigheidspercepties op één zitting
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS367894:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Interessant is ook de vraag of er samenhang bestaat tussen de rechtvaardigheidspercepties van procesdeelnemers van dezelfde zitting. Als er sprake zou zijn van een significant (hoge) positieve samenhang, betekent dat dat de onderzochte rechters in staat zijn om de zitting zo aan te pakken dat alle aanwezigen met hetzelfde gevoel van (on)rechtvaardigheid de rechtszaal verlaten. Dat blijkt echter niet het geval te zijn (tabellen 63 t/m 65). In figuur 2 is het verschil tussen een significante en niet-significante samenhang grafisch weergegeven. Aan de linkerkant is de niet-significante samenhang (-.090) tussen de ervaren procedurele rechtvaardigheid van eiser en gedaagde te zien. Aan de rechterkant is de significante samenhang (.495) tussen de ervaren procedurele samenhang van gedaagde en zijn advocaat weergegeven. Daar loopt het patroon duidelijker (dan in het linker figuur) van linksonder naar rechtsboven.
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
eiser
-.090
.442*
-.124
gedaagde
—
-.038
.495*
advocaat eiser
—
.148
*deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
eiser
-.096
.210*
-.144
gedaagde
—
-.080
.241*
advocaat eiser
—
.016
* deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
eiser
.273*
.313*
-.018
gedaagde
—
.027
.203*
advocaat eiser
—
.047
*deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)
Figuur 2• Grafische weergave van niet-significante samenhang in ervaren procedurele rechtvaardigheid tussen eisers en gedaagden (links) en van de significante samenhang tussen gedaagden en hun advocaten (rechts).
Er is slechts een beperkt aantal matige correlaties gevonden, dat vrijwel allemaal betrekking heeft op de samenhang tussen de percepties van advocaten met die van hun eigen cliënt. Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk. Een eerste — redelijk pessimistische — verklaring is dat het niet mogelijk is voor rechters om een zitting zo aan te pakken dat beide partijen en beide advocaten met hetzelfde (positief) gevoel van rechtvaardigheid naar huis gaan. Als de ervaren rechtvaardigheid van eiser en zijn advocaat toeneemt, zal de ervaren rechtvaardigheid van de gedaagde en zijn advocaat afnemen en vice versa. Een tweede, meer hoopvolle, verklaring is dat het op zichzelf wel mogelijk is een zitting zo aan te pakken dat alle procesdeelnemers met hetzelfde gevoel van rechtvaardigheid de rechtszaal verlaten, maar dat dit de groep onderzochte rechters niet gelukt is. Er zijn twee aanwijzingen die meer in de richting van deze tweede verklaring wijzen. Ten eerste is er een lage positieve (significante) samenhang gevonden tussen de informatieve rechtvaardigheidspercepties van eisers en gedaagden. Dat geeft aan, dat het niet onmogelijk is om een zitting zo in te richten dat eiser én gedaagde positief (dan wel negatief) op de zitting terugkijken. Op de tweede plaats zijn er geen significant negatieve correlaties aangetroffen die met name de eerste verklaring zouden ondersteunen. Het is dus niet zo dat de ervaren rechtvaardigheid van de ene procesdeelnemer ten koste gaat van de ervaren rechtvaardigheid van de andere. Bovendien lijkt er binnen de rechterlijke macht nog winst te behalen wat betreft de verbetering van zittingsvaardigheden, omdat het debat over goede comparitiepraktijken pas redelijk recent zijn intrede heeft gedaan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de conferentie ‘de behandeling ter (civiele) terechtzitting’ van het ressort ‘s-Hertogenbosch op 12 maart 2008, het congres ‘wat schikt het best?’ van het Landelijk Bureau Mediation naast Rechtspraak (LBM) en de Raad voor de Rechtspraak op 2 november 2007, het symposium ‘creatief compareren’ van het ressort Arnhem op 8 mei 2007 en de cursus ‘conflictdiagnose en zittingsvaardigheden’ die in de herfst van 2007 op initiatief van het LBM van start is gegaan.