NJB 2019/2436
De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat het college met het beleid om geen pgb te verstrekken in het geval dat collectief vervoer geïndiceerd is de keuzevrijheid miskent die is neergelegd in artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo 2015
CRvB 30-10-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3396
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 oktober 2019
- Magistraten
Mrs. Brand, De Vries, Boersma
- Zaaknummer
18/2330 WMO15
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Individuele voorzieningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2019:3396, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑10‑2019
- Wetingang
(art. 2.3.6 lid 1 Wmo 2015)
Essentie
De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat het college met het beleid om geen pgb te verstrekken in het geval dat collectief vervoer geïndiceerd is de keuzevrijheid miskent die is neergelegd in artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo 2015
Uitspraak
Overwegingen
5.2.
Ook heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat het college het verzoek van betrokkene om voortzetting van de financiële tegemoetkoming had moeten aanmerken als een verzoek om een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb. Uit de gedingstukken blijkt dat betrokkene al geruime tijd een financiële tegemoetkoming ontving voor het gebruik van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.