GS Personen- en familierecht, art. 1:418 BW, aant. 3:3 Verplichtingen en beperkingen voor erfgenamen (en legatarissen) (lid 1-7)
GS Personen- en familierecht, art. 1:418 BW, aant. 3
3 Verplichtingen en beperkingen voor erfgenamen (en legatarissen) (lid 1-7)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. dr. M. Jonker, actueel t/m 14-07-2025
Actueel t/m
14-07-2025
Tijdvak
01-01-2023 tot: -
Auteur
mr. dr. M. Jonker
Vindplaats
GS Personen- en familierecht, art. 1:418 BW, aant. 3
Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Hoewel de erfgenamen en legatarissen terstond als zodanig optreden, rusten op hen, omdat de kans dat de vermiste zal terugkeren altijd aanwezig is (in beginsel, zie namelijk lid 7) verplichtingen en beperkingen.
Bedoelde verplichtingen vervallen – sinds de wet van 21 maart 2002, Stb. 2002, 176 (inwerkingtreding 1 augustus 2002) – op het door de kantonrechter bepaalde tijdstip. Er staat niet: ‘te bepalen tijdstip’. De kantonrechter kan dus ook bepaling van tijdstippen achterwege laten, en dit zal ook de regel zijn. Immers: ‘De gevallen van vermissing verschillen nogal, zodat een regel zonder uitzondering niet op haar plaats ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Personen- en familierecht, art. 1:418 BW, aant. 3
3 Verplichtingen en beperkingen voor erfgenamen (en legatarissen) (lid 1-7)
mr. dr. M. Jonker, actueel t/m 14-07-2025
14-07-2025
01-01-2023 tot: -
mr. dr. M. Jonker
GS Personen- en familierecht, art. 1:418 BW, aant. 3
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 artikel 418
Hoewel de erfgenamen en legatarissen terstond als zodanig optreden, rusten op hen, omdat de kans dat de vermiste zal terugkeren altijd aanwezig is (in beginsel, zie namelijk lid 7) verplichtingen en beperkingen.
Bedoelde verplichtingen vervallen – sinds de wet van 21 maart 2002, Stb. 2002, 176 (inwerkingtreding 1 augustus 2002) – op het door de kantonrechter bepaalde tijdstip. Er staat niet: ‘te bepalen tijdstip’. De kantonrechter kan dus ook bepaling van tijdstippen achterwege laten, en dit zal ook de regel zijn. Immers: ‘De gevallen van vermissing verschillen nogal, zodat een regel zonder uitzondering niet op haar plaats ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.