De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties
Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.3:2.3 Conclusie
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.3
2.3 Conclusie
Documentgegevens:
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975751:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het toetsingskader van dit onderzoek is opgebouwd uit twee componenten. Als eerste invalshoek voor het beoordelen van de fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties is gekozen voor het neutraliteitsbeginsel. Het neutraliteitsbeginsel neemt een belangrijke plaats in binnen de fiscale rechtsorde. Het is een van de leidende beginselen van de vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting en vormt het belangrijkste beginsel van de omzetbelasting. Bij de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht van overheidsondernemingen in 2016 is nadrukkelijk als doelstelling door de wetgever het stimuleren van samenwerkingen door overheidslichamen naar voren gebracht, hetgeen als een verdere verbijzondering van het neutraliteitsbeginsel in de vennootschapsbelasting kan worden gekenschetst.
Neutraliteit in het belastingrecht kent verschillende facetten. Om de juridische neutraliteit, opgevat als bijzonder gelijkheidsbeginsel, te waarborgen, dient het voor de belastingdruk geen verschil te maken of een non-profitorganisatie een activiteit zelfstandig uitvoert, dan wel dit doet in samenwerking met andere non-profitorganisaties of profitorganisaties. Op grond van de economische neutraliteit dient de fiscale behandeling van samenwerkingsverbanden de concurrentieverhoudingen zo min mogelijk te verstoren. Bij de beoordeling van het neutraliteitsbeginsel dient er rekening mee te worden gehouden dat neutraliteit een relatief begrip is. Het bereiken van optimale neutraliteit in het ene belastingmiddel kan ertoe leiden dat de belasting in een andere verhouding juist niet neutraal uitpakt. Dit vraagt om het maken van keuzes waarbij het karakter van de algemene uitgangspunten van de belasting een belangrijke rol spelen. Om aan dit belangrijke principe recht te doen vormen de algemene uitgangspunten van de belastingmiddelen de tweede component van het toetsingskader van dit onderzoek.
In het volgende hoofdstuk wordt toegelicht welke samenwerkingsvormen en daarbij te onderkennen stadia in dit onderzoek worden betrokken.