Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/5.4.4
5.4.4 De evaluatie en stopzetting van het experiment
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248469:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatie Sociale Raad, p. 8.
Evaluatie Sociale Raad, p. 3.
Evaluatie Sociale Raad, p. 16.
Evaluatie Sociale Raad, p. 21.
De evaluatie heeft wel van de respondenten informatie opgevraagd over hun betrokkenheid bij de besluitvorming van de gemeente, maar de resultaten daaruit zijn natuurlijk niet één op één over te dragen op de politieke betrokkenheid van deelnemers van de Sociale Raad. Daarover zijn geen gegevens verzameld.
Evaluatie Sociale Raad, p. 18.
Evaluatie Sociale Raad, p. 18.
Evaluatie Sociale Raad, p. 20.
Geluidsfragment opiniërende en besluitvormende raadsvergadering 20 februari 2018, te vinden op: www.peelenmaas.eu/home/opinierende-raadsvergadering_45131/item/vergadering-opinierenderaadsvergadering_934.html.
Geluidsfragment opiniërende en besluitvormende raadsvergadering 20 februari 2018, te vinden op: www.peelenmaas.eu/home/opinierende-raadsvergadering_45131/item/vergadering-opinierenderaadsvergadering_934.html.
Oorspronkelijk was het de bedoeling om na twee bijeenkomsten een evaluatie van het experiment te houden. Om onbekende redenen heeft deze evaluatie echter pas in juli 2017 plaatsgevonden, ruim na de derde bijeenkomst.1 De bevindingen zijn uiteindelijk pas op 20 december 2017 aan de gemeenteraad gepresenteerd.
De evaluatie beoogde op twee vragen in het bijzonder antwoord te geven, namelijk (1) in hoeverre het initiatief om door middel van de Sociale Raad de betrokkenheid van de burger bij de besluitvorming van de gemeente te vergroten door inwoners en raadsleden werd gesteund en (2) in hoeverre de Sociale Raad een verrijking was voor het democratisch besluitvormingsproces in de gemeente Peel en Maas.2 Wat betreft de inwoners van de gemeente, waarvan er 390 deelgenomen hebben aan de evaluatie, bleek dat een overgrote meerderheid positief tegenover het initiatief stond.3 Waar men wel verandering in wilde zien, was het aanreiken van de centrale vraag door de gemeenteraad. Dat moest volgens de geënquêteerde inwoners meer in samenspraak met de deelnemers van de burgerraad gebeuren.4 Ook raadsleden waren in overwegende mate positief over de Sociale Raad. In totaal hebben 23 van de 27 raadsleden de enquête voor de evaluatie ingevuld. Zestien daarvan zagen de Sociale Raad als een goed initiatief om de burger bij besluitvorming van de gemeente te betrekken. De redenen die zij daarvoor gaven, waren onder andere dat het initiatief het draagvlak voor beleid vergrootte, het raadsleden in direct contact bracht met gewone burgers, het expertise in de samenleving aanboorde en het door met loting te werken de gebruikelijke belangenbehartigers op afstand zette. Overigens moet hierbij vermeld worden dat er geen bewijs werd aangedragen voor deze stellingen.5 Hooguit kan gezegd worden dat het in ieder geval door raadsleden zo ervaren werd. De zeven raadsleden die de Sociale Raad geen goed initiatief vonden, stelden onder andere dat het te weinig representatief was en dat de opkomst te wensen overliet.6 Verder noemden achttien raadsleden de Sociale Raad een verrijking van het democratisch besluitvormingsproces. Als argumenten daarvoor werd genoemd dat er door loting niet-politieke burgers bij het proces betrokken werden en dat het rouleren van de groep voorkwam dat steeds dezelfde personen aan het woord zijn in de gemeente. Ook voor deze stellingen wordt geen bewijs aangedragen. Van de vijf raadsleden die het geen verrijking van de gemeentelijke democratie vonden, droeg slechts één een argument aan, namelijk de gebrekkige representativiteit van de groep deelnemers.7 Ten slotte werd aan raadsleden in de enquête gevraagd of de gemeente moest doorgaan met de Sociale Raad. Vijftien gaven aan van wel, één wilde het onder voorwaarden voortzetten en zeven meenden dat het experiment beter gestopt kon worden. Van degenen die voor waren, mag worden aangenomen dat zij wilden doorgaan met het experiment omdat zij het een verrijking vonden voor de gemeentelijke democratie. De evaluatie vermeldt dat de tegenstanders van voortzetting vooral moeite hadden met de kosten en de tijd en energie die met het experiment gepaard gingen. Deze zouden niet opwegen tegen de voordelen die er mee behaald werden.8
Uit de evaluatie komt naar voren dat zowel inwoners als raadsleden een overwegend positief beeld hadden van het experiment. Vijftien van de 27 raadsleden gaven aan voorstander te zijn van voortzetting van de Sociale Raad. Het wekt daarom enige verbazing dat in de raadsvergadering van 20 februari 2018 besloten werd het experiment te beëindigen. Het voorstel om de Sociale Raad in gewijzigde vorm te continueren, werd met dertien tegen twaalf stemmen weggestemd.9 Dit betekent dat enkele raadsleden die in de evaluatie aangaven voorstander van voortzetting te zijn, in de tussentijd van gedachten waren veranderd. Het CDA en Lijst Ton Hanssen gaven aan dat de kosten van het experiment niet opwogen tegen de baten en dat er beter naar (goedkopere) alternatieven kon worden gezocht om de burger bij het bestuur te betrekken. De fractie AndersNU vond de kosten ook te hoog en had al eerder felle kritiek geuit op vooral de opkomst en representativiteit van de bijeenkomsten.10