De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/430:430 Inleiding
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/430
430 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS370236:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt, ten slotte, ingegaan op de rol van de rechter bij het beoordelen van de bezoldiging van bestuurders. Allereerst zal er gekeken worden naar deze rol vanuit historisch perspectief aan de hand van zes rechtszaken die zich afspeelden in de Verenigde Staten na het uitbreken van de Grote Depressie. Deze rechtszaken worden beheerst door het vennootschapsrecht zoals dat toentertijd gold in de Verenigde Staten. Een bespreking ervan is desalniettemin van waarde omdat de ontwikkelingen in de rechtspraak na de Grote Depressie de innerlijke strijd van de rechterlijke macht laten zien die nog steeds opgeld doet. De vragen waarmee de Amerikaanse rechters worstelden en de antwoorden die zij vonden, hebben dan ook een meer universele waarde. Ondanks de wens binnen de rechterlijke macht om paal en perk te stellen aan de excessieve beloningen, wordt duidelijk dat de ruimte en daarmee de rol van de rechter binnen het bezoldigingsvraagstuk beperkt zijn.
Na een bespreking van voornoemde zes rechtszaken zal worden ingegaan op de twee meest in het oog springende rechtszaken die zich sinds het nieuwe millennium hebben voorgedaan, waarbij de top van de onderneming verantwoording moest afleggen over de toegekende bestuurdersbezoldiging. Eén daarvan speelt zich af in de Verenigde Staten, de ander in Duitsland. De houding van de Amerikaanse en Duitse rechter zal vervolgens worden afgezet tegen de mate waarin de Ondernemingskamer in de bezoldiging van bestuurders bij beursgenoteerde vennootschappen een grondslag ziet voor het aannemen van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en gang van zaken, dan wel wanbeleid. Het hoofdstuk sluit af met een conclusie.