RO 2018/52
Is voor onderhandse verkoop door pandhouder van verpande aandelen met inachtneming van blokkeringsregeling toestemming van voorzieningenrechter vereist op de voet van art. 3:251 lid 1 BW?
HR 22-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:972
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 juni 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/03393
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929382:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:972, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑06‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:308, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑03‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑07‑2017
- Wetingang
Art. 2:195, 2:198, 3:248, 3:250, 3:251 BW
Essentie
Pandexecutie aandelen. Blokkeringsregeling. Toestemming voorzieningenrechter.
Is voor onderhandse verkoop door de pandhouder van verpande aandelen met inachtneming van een blokkeringsregeling toestemming van de voorzieningenrechter vereist op de voet van art. 3:251 lid 1 BW?
Samenvatting
Rabobank heeft uit hoofde van een kredietverhouding vorderingen op A Beheer B.V. Deze vennootschap houdt 50% van de aandelen in De Thuishaven B.V. Quispel B.V. houdt de andere 50%. Rabobank heeft een eerste pandrecht op de aandelen van A. Op de aandelen rust een tweede pandrecht ten behoeve van Bethanie. De statuten van De Thuishaven bevatten een blokkeringsregeling. A raakt in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.