De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/1.2.3.1:1.2.3.1 Vergelijking met redelijkheid en billijkheid
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/1.2.3.1
1.2.3.1 Vergelijking met redelijkheid en billijkheid
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372072:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer par. 4.5, 8.3.2.4, 9.2.1.5, 9.2.2.2, 10.3.1.2, 13.2.1, 14.2.4.1, 16.3.2 en 17.3.4.
Feit is dat er in ieder geval één verschil is, namelijk dat een rechterlijke uitspraak niet constitutief is voor de werking van de redelijkheid en billijkheid, maar wel voor het in werking treden van (onmiddellijke) voorzieningen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek staan veel vergelijkingen tussen de werking van (onmiddellijke) voorzieningen en de werking van de redelijkheid en billijkheid.1 De gelijkenissen blijken groot. Dat biedt de mogelijkheid om stelling te nemen op punten waarop het enquêterecht in rechtspraak en literatuur nog niet is uitgekristalliseerd. Hetgeen geldt met betrekking tot de redelijkheid en billijkheid wordt dan doorgetrokken naar (onmiddellijke) voorzieningen. Dat bevordert de interne consistentie van het recht en daarmee de rechtszekerheid.
In dit onderzoek had de vraag kunnen worden gesteld of (onmiddellijke) voorzieningen een verschijningsvorm zijn van de redelijkheid en billijkheid. Ik acht het echter niet nodig om die vraag te beantwoorden.2 Het volstaat om de constateren dat de rechtszekerheid er mee is gediend als de redelijkheid en billijkheid en (onmiddellijke) voorzieningen op gelijke wijze werken. Het verder gelijkschakelen daarvan is misschien vanuit een dogmatisch perspectief interessant. Dat voordeel heeft echter voor de praktijk geen voordelen, maar wel een nadeel.
Dat nadeel is dat een gelijkschakeling het recht dreigt te verstarren, omdat afwijkingen tussen de werking van de redelijkheid en billijkheid en (onmiddellijke) voorzieningen dan dogmatisch wringen. Dogmatische bezwaren vormen dan een obstakel voor het bereiken van een rechterlijke beslissing die recht doet aan het specifieke geval.