Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/5.4:5.4 Conclusie
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/5.4
5.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491096:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
58. Behoren een beperkt recht en een moederrecht weliswaar toe aan dezelfde persoon, maar vallen de rechten in van elkaar gescheiden vermogens, dan gaat het beperkte recht niet door vermenging teniet. Beperkte rechten kunnen ook ten gunste van een afgescheiden vermogen worden gevestigd. In die gevallen is geen sprake van een beperkt recht op een eigen zaak. Daarvan is alleen sprake als beperkt recht en moederrecht in hetzelfde vermogen vallen. De vraag of beperkt recht en moederrecht in hetzelfde vermogen vallen is een voorvraag. Pas als is vastgesteld dat beide rechten in hetzelfde vermogen vallen, komt men toe aan de vraag of belang bestaat bij het beperkte recht (zie nr. 43).
Heeft een enig erfgenaam een nalatenschap zuiver aanvaard en benoemt de rechtbank op een later moment een vereffenaar op de voet van art. 4:204 of 4:205 BW, dan vormt de nalatenschap met terugwerkende kracht een afgescheiden vermogen. Hetzelfde geldt als een enig erfgenaam de nalatenschap ‘alsnog’ beneficiair aanvaardt, op grond van art. 4:194 of 4:194a BW. En als een testamentair bewind niet intreedt bij het overlijden, maar op een later moment. Beschikkingshandelingen die de erfgenaam heeft verricht in de periode tussen het overlijden en het intreden van de vermogensafscheiding, blijven echter geldig.
Een nalatenschap kan door sommige erfgenamen zuiver worden aanvaard en door sommigen beneficiair. In dat geval is de nalatenschap afgescheiden van de privé-vermogens van alle erfgenamen, ongeacht of zij zuiver of beneficiair hebben aanvaard. Uit art. 4:200 lid 1 BW mag niet het tegendeel worden afgeleid.
Een beneficiair erfgenaam is met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor schulden van de nalatenschap als hij – kort gezegd – heeft gefraudeerd bij de vereffening van de nalatenschap. Die aansprakelijkheid doet geen afbreuk aan de vermogensafscheiding, ondanks de tenzij-formule van art. 4:200 lid 1 BW.