De Collateral Richtlijn
Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.4.4:5.4.4 Engels recht
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.4.4
5.4.4 Engels recht
Documentgegevens:
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS366693:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Engelse recht vereist naast attachment in sommige gevallen ook registratie van het beperkte zekerheidsrecht in een openbaar register om het zekerheidsrecht tegenwerpelijk aan derden te maken.1 Dat dit een in de zin van art. 3 Collateral Richtlijn verboden formaliteit is, blijkt expliciet uit de tiende overweging van de considerans. De Engelse wetgever heeft dit vereiste dan ook niet van toepassing verklaard op een financial collateral arrangement zoals gedefinieerd in reg 3 FCAR (reg 4(4) FCAR).
Dit geldt ook voor de formaliteiten die in § 5.2.4.2 de revue zijn gepasseerd. Reg 4(3) FCAR bepaalt dat section 136 van de Law of Property Act 1925 niet van toepassing is op een financial collateral arrangement voor zover het het schriftelijkheidsvereiste en het vereiste van ondertekening door de zekerheidsgever betreft. Schriftelijke mededeling van de assignment aan de debiteur van de vordering is daarentegen nog steeds vereist. Zoals hierboven aan de orde kwam, is mededeling toegelaten indien het een manier is om giraal geld ‘in het bezit of onder de controle van de zekerheidsnemer’ te brengen. Aangezien de Collateral Richtlijn voorschrijft dat het financieelzekerheidsarrangement met schriftelijke bewijsstukken moet kunnen worden aangetoond,2 lijkt ook het vereiste van een schriftelijke mededeling door de beugel te kunnen. Ook het in section 53 lid 1 sub c Law of Property Act neergelegde vereiste van een door de zekerheidsgever ondertekende akte voor de totstandkoming van een equitable mortgage op een bestaand goed is niet van toepassing verklaard met betrekking tot financial collateral arrangements, zie reg 4(2) FCAR. Ten slotte wordt section 4 Statute of Frauds 1677 – dat voor een garantie een door de zekerheidsgever ondertekende akte vereist – buiten werking gesteld door reg 4(1) FCAR. Onduidelijk is echter in welke gevallen dit artikel van toepassing zou kunnen zijn op een financial collateral arrangement. Een garantie is immers een vorm van persoonlijke zekerheid, terwijl de Collateral Richtlijn alleen betrekking heeft op goederenrechtelijke zekerheid.3