RAV 2023/2
Geschil tussen advocaten. Zijn de door de advocaat in een procedure geuite beschuldigingen aan het adres van de advocaat van de wederpartij hem persoonlijk toe te rekenen en onrechtmatig jegens deze andere advocaat?
HR 18-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1697
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2022
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
21/02676
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS688897:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1697, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:529, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑06‑2022
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 6, 10 EVRM
Essentie
Onrechtmatige daad. Geschil tussen advocaten. Belangenafweging. Toerekening. Ongefundeerde en lichtvaardige verdachtmakingen.
Zijn de door de advocaat in het kader van een procedure geuite beschuldigingen aan het adres van de advocaat van de wederpartij hem persoonlijk toe te rekenen en onrechtmatig jegens deze andere advocaat?
Samenvatting
Een advocaat behartigt de belangen van cliënten die worden aangesproken ter voldoening van hetgeen zij verschuldigd zouden zijn uit hoofde van een geldleningsovereenkomst. Gehoudenheid tot betaling wordt betwist (o.a.) op grond van de stelling dat de gestelde geldleningsovereenkomst vals zou zijn. Om dit nader te onderzoeken, dient de advocaat namens zijn cliënten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.