De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.3.6:4.3.6 Het schadevergoedingsorgaan
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.3.6
4.3.6 Het schadevergoedingsorgaan
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS395982:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook deze instantie speelt alleen een rol bij ongevallen in de zin van art. 20 e.v. van de Richtlijn. Het schadevergoedingsorgaan heeft in zekere zin een verantwoordelijkheid die vergelijkbaar is met die van het waarborgfonds, maar er zijn wezenlijke verschillen.
Voorwaarden om het schadevergoedingsorgaan te kunnen aanspreken zijn zoals evenals geldt ten aanzien van de schaderegelaar - dat
- het slachtoffer benadeelde is in de zin van art. 1 van de Richtlijn;
- het ongeval plaatsvindt in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde; en
- het aansprakelijke voertuig niet gewoonlijk is gestald in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde en evenmin verzekerd is bij een in die lidstaat toegelaten verzekeraar.
Onder bepaalde omstandigheden kan de benadeelde zich ook tot het schadevergoedingsorgaan wenden als het ongeval plaatsvindt in een niet-lidstaat. Voorwaarden zijn dat de benadeelde kwalificeert als benadeelde in de zin van art. 1 van de Richtlijn en dat het aansprakelijke voertuig niet gewoonlijk gestald is in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde, alsmede dat het verzekerd is in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde, tegen schade in de betrokken niet-lidstaat van het ongeval.
De rol die het schadevergoedingsorgaan toebedeeld krijgt verschilt naar gelang de feitelijke situatie:
De benadeelde heeft, als aan de hiervoor opgesomde voorwaarden is voldaan, zonder meer toegang tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats indien:
- het ongeval in een lidstaat plaatsvindt en de aansprakelijke onverzekerd is; of het ongeval in een lidstaat plaatsvindt
- en de verzekeraar niet (binnen twee maanden na het ongeval) kan worden geïdentificeerd; of
- het ongeval in een lidstaat plaatsvindt en het aansprakelijke voertuig niet kan worden geïdentificeerd.
In deze gevallen, bedoeld in art. 25 van de Richtlijn, kan, naar moet worden aangenomen (al staat dit niet met zoveel woorden in de Richtlijn), de benadeelde het schadevergoedingsorgaan eventueel ook in rechte aanspreken. In deze drie situaties (waarin de aansprakelijke onverzekerd is, de verzekeraar niet kan worden gevonden, of het aansprakelijke voertuig zelf onbekend blijft) zal de vraag of de benadeelde vergoeding van zijn schade krijgt, afhankelijk zijn van de dekking die het waarborgfonds in de lidstaat van het ongeval biedt. Bij de bespreking van het waarborgfonds in de paragrafen 43.7, 4.63 en 5.5 zal blijken dat deze dekking van lidstaat tot lidstaat zeer sterk verschilt.
andere rol. Het zal het schadegeval in beginsel niet zelf regelen, maar zich er in eerste instantie toe beperken het schaderegelingsproces weer op gang te brengen. De hier bedoelde situaties zijn de volgende:
- het ongeval vindt plaats in een lidstaat en de verzekeraar of zijn schaderegelaar heeft niet binnen drie maanden -gemotiveerd op het verzoek om schadevergoeding gereageerd; of
- het ongeval vindt plaats in een bij het groenekaartstelsel aangesloten niet-lidstaat, de aansprakelijke is voor schade in dat land verzekerd en de verzekeraar of zijn schaderegelaar heeft niet binnen drie maanden gemotiveerd gereageerd; of
- het ongeval vindt plaats in een lidstaat en de verzekeraar heeft geen schaderegelaar aangesteld; of
- het ongeval vindt plaats in een bij het groenekaartstelsel aangesloten niet-lidstaat, het aansprakelijke voertuig is voor schade in dat land verzekerd en de verzekeraar heeft geen schaderegelaar aangesteld in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde.
In deze gevallen stelt het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde de verzekeraar in staat om binnen twee maanden alsnog gemotiveerd te reageren. Voldoet deze daaraan, dan staakt het schadevergoedingsorgaan zijn bemoeienis met het schadegeval. Reageert de verzekeraar niet binnen deze termijn van twee maanden, dan zal het schadevergoedingsorgaan het schadegeval verder behandelen.
Voorwaarde is wel dat de benadeelde de verzekeraar niet in rechte heeft aangesproken. Het schadevergoedingsorgaan zal in dat geval niet kunnen worden benaderd.