Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/15.2.6.6:15.2.6.6 De verhouding tussen art. 10a Wet VPB 1969 en art. 24, lid 4 en 5, OESO-modelverdrag.
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/15.2.6.6
15.2.6.6 De verhouding tussen art. 10a Wet VPB 1969 en art. 24, lid 4 en 5, OESO-modelverdrag.
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS298372:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 24, lid 4, OESO-modelverdrag verbiedt om de aftrekbaarheid van de rente rechtens dan wel in feite af te laten hangen van het criterium of de crediteur inwoner is van de staat van de debiteur. Het voorschrift is niet van toepassing als de aftrek van de rente afhangt van een ander criterium tenzij een dergelijk criterium in feite neerkomt op discriminatie naar inwonerschap. Dat is het geval als de toepassing van een zodanig criterium ertoe leidt dat uitsluitend rente die is verschuldigd aan crediteuren die geen inwoner zijn van de staat van de debiteur, in aftrek wordt beperkt.
Knoopt art. 10a Wet VPB 1969 aan bij een dergelijk criterium? In het derde lid van deze bepaling is geregeld dat van een compenserende heffing geen sprake is indien de heffing over de rente achterwege blijft omdat de crediteur beschikt over aanspraken op verrekening van verliezen of andersoortige aanspraken. Stammen deze aanspraken uit jaren voorafgaande aan het jaar waarin de lening is opgenomen, dan wordt niet aan de compenserende heffingstoets voldaan. De rente komt evenmin in aftrek als de Belastingdienst aannemelijk maakt dat de lening is aangegaan met het oog op dergelijke aanspraken die in het jaar zelf zijn ontstaan dan wel op korte termijn zullen ontstaan. Dit betekent dat art. 10a van toepassing kan zijn indien de rente is verschuldigd aan een inwoner van Nederland (bijvoorbeeld ingeval deze persoon over compensabele verliezen beschikt en dientengevolge over de rente geen belasting naar de winst of het inkomen wordt geheven). Art. 24, lid 4, OESO-modelverdrag kan daarom niet in de weg staan aan de toepassing van art. 10a Wet VPB 1969.
Art. 24, lid 5, OESO-modelverdrag verbiedt om de aftrek van de rente aan de voorwaarde te verbinden dat het kapitaal van de debiteur wordt gehouden door inwoners van Nederland. Aangezien de aftrekbeperking van art. 10a Wet VPB 1969 niet aanknoopt bij dit criterium, valt zij niet onder het bereik van het verbod op eigendomsdiscriminatie.