HR, 11-09-2015, nr. 15/01384
ECLI:NL:HR:2015:2536
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11-09-2015
- Zaaknummer
15/01384
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2015:2536, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑09‑2015; (Artikel 80a RO-zaken)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2015:422
- Vindplaatsen
FutD 2015-2233
Viditax (FutD) 2015091408
Uitspraak 11‑09‑2015
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Partij(en)
11 september 2015
nr. 15/01384
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 februari 2015, nrs. 13/00986 en 13/00987, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2008 en 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede de boetebeschikkingen.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.