FED 2019/40
Om te bepalen aan welke schakel binnen een keten van achtereenvolgende leveringen van accijnsgoederen het grensoverschrijdende vervoer moet worden toegerekend, is irrelevant op welk moment de goederen zich wel of niet meer onder een accijnsschorsingsregeling bevinden
HvJ EU 19-12-2018, ECLI:EU:C:2018:1027, m.nt. I. van den Eijnde (AREX CZ)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
19 december 2018
- Magistraten
Mrs. Von Danwitz, Jürimäe, Lycourgos, Juhász, Vajda
- Zaaknummer
C-414/17
- Noot
I. van den Eijnde
- Roepnaam
AREX CZ
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS22248:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Intracommunautaire transactie
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:1027, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑12‑2018
- Wetingang
Art. 138 Btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde)
Essentie
Om te bepalen aan welke schakel binnen een keten van achtereenvolgende leveringen van accijnsgoederen het grensoverschrijdende vervoer moet worden toegerekend, is irrelevant op welk moment de goederen zich wel of niet meer onder een accijnsschorsingsregeling bevinden
Samenvatting
De in Oostenrijk gevestigde vennootschap Doppler Mineralöle GmbH (partij A) verkoopt brandstof aan een viertal verschillende Tsjechische vennootschappen (partij B), wiens Tsjechische afnemers Benaft en Kont Fuel (partij C) de brandstof doorverkopen aan de in Tsjechië gevestigde vennootschap Arex (partij D). Partij B heeft in Tsjechië, door middel van een geregistreerde geadresseerde derde partij, accijns betaald ten aanzien van de brandstof. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.