Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/2.2
2.2 De onderneming in financiële moeilijkheden
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192651:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een analyse van de ratio’s kan een goede indruk geven van de financiële gezondheid van de onderneming. Daarnaast bestaan nog vele andere mogelijke signalen (‘red flags’) voor problemen binnen de onderneming, zie daarover Santen, de Bos & Blommaert 2017, §8.10; Adriaanse, Van Offeren & Van der Rest 2016, §2.3. Over de vraag of insolventie kan worden voorspeld en over de zogenaamde Altman-Z ratio: Adriaanse, Van Offeren & Van der Rest 2016, §2.2; Santen, de Bos & Blommaert 2017, §8.7.
Santen, de Bos & Blommaert 2017, §8.6; Vriesendorp 2013, nr. 26.
Santen, de Bos & Blommaert 2017, §8.6.2; Vriesendorp 2013, nr. 28.
Vriesendorp 2013, nr. 27 en 29; Santen, de Bos & Blommaert 2017, §8.6.1.
Adriaanse e.a. 2004, p. 28.
UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 45-47; Principles of European Insolvency Law 2003, p. 20-25.
Vgl. UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 45-47; Principles of European Insolvency Law 2003, p. 20-25.
Zie over deze reddingscultuur ook §3.5.2.
Vgl. de aanbevelingen voor de ingangstoets voor ‘expedited reorganization proceedings’ UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 244-245 en Principles of European Insolvency Law 2003, p. 21-22. Zie McCormack e.a. 2016, p. 251-255 voor een impressie van de uiteenlopende drempels voor pre-insolventie(akkoord)procedures.
Codire-rapport 2018, p. 2. De Engelse scheme of arrangement is geen insolventierechtelijk instrument, maar wordt veelvuldig gebruikt voor financiële herstructureringen. De regeling bevat echter geen ingangstoets. Zie daarover nr. 92.
18. Er wordt vaak gesproken van ‘ondernemingen in zwaar weer’, ‘ondernemingen in financiële moeilijkheden’ of ‘noodlijdende ondernemingen’. Deze termen kennen geen vastomlijnde inhoud. Onder de noemer onderneming in financiële moeilijkheden kan een winstgevende onderneming worden geschaard die gebukt gaat onder zware financieringslasten, maar ook een onderneming die voorziet dat zij over zes maanden een belangrijke aflossingsverplichting niet zal kunnen nakomen of zelfs een onderneming die zo krap in haar liquide middelen zit dat de lonen van de werknemers aan het einde van de maand niet betaald kunnen worden.
De rentabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit van ondernemingen vormen belangrijke indicatoren voor financiële moeilijkheden.1 De rentabiliteit ziet op de verhouding tussen de winst en het vermogen van de onderneming. Indien een onderneming onvoldoende rendeert en dat naar verwachting op termijn ook niet gaat doen, dient de onderneming actie te ondernemen.2 De solvabiliteit heeft betrekking op de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. De solvabiliteit geeft aan in hoeverre een onderneming in staat is verliezen zelf te dragen, en of zij op lange termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Wanneer de solvabiliteitsratio te laag is, zullen financiers niet bereid zijn extra liquide middelen te verschaffen tenzij het eigen vermogen versterkt wordt.3 De liquiditeit duidt aan in hoeverre een onderneming in staat is aan haar kortlopende verplichtingen te voldoen. Liquiditeitsproblemen zijn een goede graadmeter voor serieuze financiële problemen.4
Adriaanse e.a. hanteren de volgende ruime definitie van onderneming in financiële moeilijkheden:
“Het gaat steeds om ondernemingen waarbij de huidige en/of toekomstige kasstroom onvoldoende is om aan de huidige en/of toekomstige verplichtingen te voldoen”.5
De glijdende schaal van bedrijfseconomische financiële moeilijkheden kan in verbinding gebracht worden met juridische mogelijkheden tot reorganisatie of liquidatie. In (insolventie)wetgeving verankerde herstructurerings- of liquidatieprocedures kennen doorgaans een bepaalde toegangsdrempel. Er wordt een bepaalde mate of een bepaald stadium van financiële moeilijkheden vereist, alvorens de procedure toepassing kan vinden.6 Grosso modo bestaan er in insolventiewetgeving twee mogelijke insolventiecriteria: de balanstest en de liquiditeitstest. Aan de balanstest is voldaan wanneer de hoogte van de schulden de waarde van de activa overstijgt. Deze test wordt ook wel de ‘balance sheet’-test genoemd. Bij de liquiditeitstest of de ‘cash flow’-test wordt bekeken of de onderneming nog in staat is aan haar opeisbare verplichtingen te voldoen.7
Moderne insolventiewetgeving is niet alleen gericht op het vereffenen van insolvente schuldenaren maar omvat steeds vaker ook procedures die gericht zijn op reorganisatie, teneinde de continuïteit van ondernemingen in financiële moeilijkheden te bewerkstelligen.8 Dergelijke op redding gerichte procedures kunnen vaak in een eerder stadium worden gebruikt dan in het (lokaal gedefinieerde) stadium van insolventie. Dergelijke regelingen bevatten doorgaans een toets van ‘dreigende’ of ‘waarschijnlijke’ insolventie, eventueel aangevuld met andere indicatoren.9 Sommige pre-insolventieprocedures bevatten echter in het geheel geen toegangsdrempel.10