Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/5.4.1.2:5.4.1.2 Voeging
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/5.4.1.2
5.4.1.2 Voeging
Documentgegevens:
mr. A.J. van Heeswijck, datum 28-11-2013
- Datum
28-11-2013
- Auteur
mr. A.J. van Heeswijck
- JCDI
JCDI:ADS578427:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Aanbestedingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), Eerste Boek, Tweede Titel, Tiende Afdeling Rv, § 3, aant. 2.
HR 3 mei 1957, NJ 1959, 62.
HR 14 maart 2008, NJ 2008, 168, r.o. 3.3; Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 217 Rv, aant. 2.
Snijders (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 217 Rv, aant. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van voeging is sprake wanneer een derde zich in het geding mengt om de eisende partij te ondersteunen bij haar vordering of de gedaagde bij zijn verweer.1 In het verleden hanteerde de Hoge Raad een strenge maatstaf voor derden om als voegende partij te worden toegelaten. Voor voeging was benadeling vereist van de rechten of de rechtspositie van de derde als mogelijk gevolg van de uitspraak.2 Nu is voldoende dat de derde belang heeft bij de uitkomst van het geding, doordat de uitspraak feitelijk of rechtens gevolgen voor hem kan hebben.3 Een incidentele vordering tot voeging kan nog worden afgewezen, indien de procedure hierdoor onredelijk of onnodig zou worden vertraagd.4
Aan de maatstaf om als voegende partij te worden toegelaten is in aanbestedingsgeschillen snel voldaan. Als bijvoorbeeld een aanbesteder op vordering van een afgewezen inschrijver wordt bevolen de gunningsbeslissing in te trekken, verliest de inschrijver aan wie de opdracht voorlopig is gegund, uitzicht op het sluiten van een overeenkomst. Het vonnis in een kort geding tussen een inschrijver en de aanbesteder kan dus feitelijke gevolgen voor hem hebben. Het belang van de winnende inschrijver bij de uitkomst van dit geding is evident. In aanbestedingsgeschillen staat het belang bij voeging vrijwel nooit ter discussie. Voeging hoeft geen onredelijke of onnodige vertraging tot gevolg te hebben voor de procedure tussen de afgewezen inschrijver en de aanbesteder. In een kort geding wordt de incidentele conclusie ter zitting genomen. Wanneer de conclusie van tevoren aan de voorzieningenrechter en de raadslieden van partijen is verzonden, komt de voortgang van het geding niet snel in het gedrang en staat niets aan toewijzing van de incidentele vordering tot voeging in de weg.