NJ 2005, 302
Antilliaanse zaak. Vervolg op HR 28 mei 2004, NJ 2005, 105 inzake het waarschuwen voor de potentiële gevolgen van ‘jetblast’.
Gem. Hof NA en Aruba 18-03-2005, ECLI:NL:OGHNAA:2005:AT9181
- Instantie
Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Datum
18 maart 2005
- Magistraten
Mrs. B.M. Mezas, W.P.M.T. ter Berg en M.M.M. Tillema
- Zaaknummer
AR84/01-H-181/02
- LJN
AT9181
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:OGHNAA:2005:AT9181, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba, 18‑03‑2005
- Wetingang
BWNA, art. 6:162; BW art. 6:162
Essentie
Antilliaanse zaak. Vervolg op HR 28 mei 2004, NJ 2005, 105 inzake het waarschuwen voor de potentiële gevolgen van ‘jetblast’.
Samenvatting
Het Hof is, met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad (HR 28 mei 2004, NJ 2005, 105) van oordeel dat, gelet op de ernst van de potentiële gevolgen van ‘jetblast’, PJIAE gehouden was veiligheidsmaatregelen te treffen en dat de geplaatste waarschuwingsborden daartoe niet voldoende waren. De vraag is vervolgens of het nemen van verdergaande veiligheidsmaatregelen dermate bezwaarlijk moet worden geacht dat dit niet van PJIAE gevergd kon worden en of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.