Hof Arnhem-Leeuwarden, 03-06-2025, nr. 23/1570
ECLI:NL:GHARL:2025:3431, Hoger beroep: (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
03-06-2025
- Zaaknummer
23/1570
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHARL:2025:3431, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 03‑06‑2025; (Hoger beroep)
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2023:2559, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Vindplaatsen
Uitspraak 03‑06‑2025
Inhoudsindicatie
IB/PVV. Compromis ter zitting.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer 23/1570
uitspraakdatum: 3 juni 2025
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 mei 2023, nummer ARN 22/4877, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht (hierna: Inspecteur)
Beoordeling van het geschil
1. Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis overeengekomen dat:
- -
de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2017 wordt vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.000;
- -
de beschikking belastingrente dienovereenkomstig wordt verminderd;
- -
de Inspecteur de proceskosten van belanghebbende voor het hoger beroep conform het Besluit proceskosten bestuursrecht zal vergoeden, in dit geval vast te stellen op € 1.814.
2. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
Het Hof:
– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent de proceskosten en het griffierecht,
– vernietigt de uitspraak van de Inspecteur,
– vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.000;
– vermindert de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ter zake van het hoger beroep, te weten € 1.814.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. van der Wal, voorzitter, mr. A.J.H. van Suilen en mr. E.C.G. Okhuizen, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.
De beslissing is op 3 juni 2025 in het openbaar uitgesproken.
De griffier, De voorzitter,
(J.H. Riethorst) (P. van der Wal)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.