V-N 2020/23.10
Rechtbank stelt prejudiciële vragen aan Hoge Raad over uitleg pensioenartikel in belastingverdrag met Portugal (1)
Rb. Zeeland-West-Brabant 15-04-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1764, m.nt. Redactie Vakstudie NIeuws
- Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum
15 april 2020
- Magistraten
Pauwels, Van Schaik, Steijn
- Zaaknummer
BRE 18/4665
- Noot
Redactie Vakstudie NIeuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS199885:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZWB:2020:1764, Uitspraak, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15‑04‑2020
- Wetingang
art. 18 Verdrag Nederland-Portugal
Essentie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Haar opvatting over de uitleg van art. 18, lid 2 Belastingverdrag NL - Portugal ligt in lijn met die van de inspecteur. Over de juistheid van deze opvatting is echter redelijke twijfel mogelijk.
Samenvatting
X ontvangt onder andere een WAO-uitkering van het UWV. In het eerste kwartaal van 2016 emigreert zij naar Portugal. Zij is van mening dat tijdsevenredig een kwart van haar inkomen in Nederland in de heffing moet worden betrokken en driekwart in Portugal. De inspecteur is echter van mening dat Nederland ook gedurende de periode dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.