De grenzen voorbij
Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/3.8:3.8 Conclusie
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/3.8
3.8 Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. dr. K. Arts, prof. mr. M.W. Scheltema , datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
prof. mr. dr. K. Arts, prof. mr. M.W. Scheltema
- JCDI
JCDI:ADS377528:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als de twee andere in dit preadvies behandelde onderwerpen (internet en migratie), is klimaatverandering een grensoverschrijdend probleem dat bij uitstek een grensoverschrijdende aanpak vergt. Het internationale recht zoals wij dat thans kennen op het terrein van het klimaat sluit daar minder goed bij aan omdat het primair interstatelijk en territoriaal is georiënteerd. Tot op heden zijn staten er niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over internationale samenwerking en maatregelen om de opwarming van het klimaat onder de 2°C- (of nog beter de 1,5°C-)grens te houden.
In dit preadvies zijn daarom alternatieve benaderingen om niet alleen overheden maar ook bedrijven te stimuleren tot het nemen van meer en effectievere maatregelen om klimaatverandering onderzocht. Na analyse van een aantal inmiddels tegen overheden en bedrijven aanhangige klimaatzaken en daarin genomen beslissingen, zijn wij tot de conclusie gekomen dat, zoals ook steeds meer in die zaken gebeurt, aansluiting wordt gezocht bij mensenrechten. Klimaatverandering kan immers een duidelijke impact op mensenrechten hebben, niet alleen in de toekomst maar, gelet op de door ons genoemde voorbeelden, ook nu al. Deze opvatting houdt in dat het recht ten aanzien van de mensenrechten zowel ten aanzien van staten als ten aanzien van bedrijven een additionele juridische grondslag is voor het nemen van maatregelen. Voor staten geldt dat als het nalaten van dergelijke maatregelen om de reeds opgetreden effecten van klimaatverandering te adresseren die personen binnen de jurisdictie van een staat (in het bijzonder kwetsbare groepen) ondervinden een mensenrechtenschending oplevert. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als reddings- en herhuisvestingsmaatregelen achterwege worden gelaten nadat een deel van het grondgebied van een staat is overstroomd ten gevolge van klimaatverandering. Een positieve verplichting van staten om de op hun grondgebied gevestigde private actoren tot mitigatie of adaptatiemaatregelen te bewegen is blijkens de gemaakte analyse van de klimaatzaken vooralsnog alleen sporadisch aangenomen. Een dergelijke mensenrechtenverplichting van staten kan dus niet worden aangenomen. Bovendien zal veelal lastig vallen aan te tonen welke nationale uitstoot door private actoren precies bijdraagt aan welke impact op mensenrechten binnen en buiten het grondgebied van de betreffende staat. Nu de uitstoot van broeikasgassen echter voornamelijk door private actoren wordt veroorzaakt, hebben wij vervolgens bezien hoe de op bedrijven gerichte mensenrechtenbenadering een bijdrage zou kunnen leveren.
Binnen de bestaande mensenrechtenkaders van de VN en de OESO (de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights en de OECD Guidelines for Multinational Enterprises) wordt aangenomen dat bedrijven niet alleen in hun eigen bedrijfsvoering maar ook in hun waardeketens zogenaamde human rights due diligence moeten uitvoeren. Kort gezegd houdt die in dat zij de risico’s op mensenrechtenschendingen in hun bedrijfsvoering moeten inventariseren, een plan moeten ontwikkelen om die te voorkomen of te mitigeren, daarover (publiek) moeten rapporteren, en indien zij daadwerkelijk mensenrechtenschendingen hebben veroorzaakt of daaraan hebben bijgedragen een remedie moeten bieden. Dat laatste speelt overigens bij klimaatverandering een beperktere rol omdat het veelal lastig zal zijn aan te tonen welk bedrijf precies heeft bijgedragen aan schade door klimaatverandering (bijvoorbeeld door een orkaan). Het gaat daarmee dus vooral om het preventieve aspect van de human rights due diligence. Deze due diligence is niet territoriaal beperkt. Probleem is echter dat de bedoelde kaders als zodanig voor bedrijven niet bindend zijn, zij het dat in een aantal landen wetgeving is aangenomen die daartoe (deels) strekt, en er ook in sommige landen bindende contractuele afspraken zijn gemaakt om die te implementeren (het Nederlandse IMVO kledingconvenant is daarvan een voorbeeld). Ook dan is echter een probleem dat een individueel bedrijf maar beperkte invloed heeft op klimaatverandering. Voor effectieve maatregelen zijn meer ingrijpende veranderingen in een sector nodig, die een bedrijf alleen vaak niet kan bewerkstelligen. Bovendien beroepen veel bedrijven zich op het level playing field als reden om dergelijke maatregelen achterwege te laten.
Wij zijn daarom van mening dat samenwerking tussen bedrijven en andere relevante actoren in (effectieve) multistakeholderinitiatieven zou moeten worden gestimuleerd. Deze initiatieven zouden verschillende actoren in de relevante (internationale) sectoren zou moeten betrekken en human rights due diligence (ook op het terrein van het klimaat) moeten implementeren. Multistakeholderklimaatinitiatieven zijn ook al in ruime mate voorhanden. Wij hebben 134 van die initiatieven geanalyseerd op effectiviteit, maar de uitkomst daarvan is teleurstellend. Er komt er maar 1 in de buurt van de in de literatuur en anderszins geformuleerde criteria voor effectiviteit van dergelijke initiatieven.
Een synthese van de hiervoor beschreven mensenrechtenbenadering voor bedrijven kan echter handvatten bieden voor het overwinnen van de gesignaleerde belemmeringen. Hoewel een positieve mensenrechtenverplichting daartoe thans ontbreekt, zouden staten desalniettemin (eenzijdig) op hun grondgebied deelname aan effectieve multistakeholderklimaatinitiatieven kunnen stimuleren (bijvoorbeeld in aanbestedingen, door subsidies of door fiscale maatregelen), faciliteren (bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van kennis en het openlijk ondersteunen van dergelijke initiatieven) en in bijzondere gevallen mogelijk wettelijk verplicht stellen. Dit kan leiden tot effectieve klimaatinitiatieven met een transnationale impact die bovendien meer fundamentele veranderingen op markten kunnen bewerkstelligen. Hoewel de human rights due diligence als zodanig geen bindende verplichting is voor bedrijven, leidt (door staten gestimuleerde) deelname aan de genoemde multistakeholderinitiatieven daar wel toe. De op deze wijze vormgegeven, op mensenrechten gebaseerde, samenwerking tussen staten en bedrijven (en andere relevante actoren) draagt onzes inziens bij aan een effectievere aanpak van klimaatverandering dan tot nu toe wordt gevolgd. Interessant is dat dit uitgangspunt goed aansluit bij de eerdergenoemde Duurzame Ontwikkelinsgdoelen van de Verenigde Naties (SDGs), die mede gericht zijn op het tegengaan van klimaatverandering (SDG 13) en inzetten op effectieve multistakeholdersamenwerking om de SDG doelen te bereiken (SDG 17).
Stellingen:
Klimaatverandering is een problematiek die territorialiteit te boven gaat en kan alleen effectief geadresseerd worden door middel van een transnationale en niet-territoriaal beperkte aanpak.
Hoewel internationaal optreden cruciaal is, mogen staten zich niet verschuilen achter het gebrek aan internationale consensus over de inhoud van klimaatmaatregelen en de rolverdeling in de uitvoering daarvan. Volgens het Akkoord van Parijs [artikel 4(2) en (3)] dienen nationale mitigerende maatregelen immers een “zo hoog mogelijk ambitieniveau” te hebben.
Klimaatverandering kan alleen effectief interstatelijk aangepakt worden op basis van het beginsel van common but differentiated responsibilities. Dat houdt in dat tot een rechtvaardige lastenverdeling gekomen moet worden waarbij de meest uitstotende staten de zwaarste maatregelen zullen moeten nemen en de meest getroffen staten, indien nodig, internationale ondersteuning zullen moeten krijgen. De positie van ontwikkelingslanden behoeft hierbij speciale aandacht.
Het vooruitzicht van klimaatgerelateerde migratie vereist aanpassingen van het internationale migratierecht, eventueel zelfs in de richting van erkenning van het fenomeen ‘klimaatvluchteling’.
Het nemen van de noodzakelijke (verdergaande) klimaatmaatregelen vereist een fundamentele wijziging in het huidige wijdverspreide gebruik van natuurlijke hulpbronnen zonder doorberekening van de kosten van milieuschade zoals klimaatverandering, en in de (korte termijn) oriëntatie die zowel overheden als de huidige markten waarin private actoren opereren veelal laten zien.
Human rights due diligence door bedrijven in verband met het klimaat kan (voorlopig) het beste worden vormgegeven in effectieve internationale initiatieven waarin door relevante belanghebbenden binnen een bepaalde markt wordt samengewerkt. De overheid dient die te stimuleren en te faciliteren, maar niet te verplichten.
Juristen binnen de overheid en private actoren dienen expertise op te bouwen omtrent de effectiviteit van transnationale multistakeholderinitiatieven, in het bijzonder in verband met de normen die binnen zulke initiatieven worden ontwikkeld, de governance en handhaving daarvan, en geschillenbeslechting.
Literatuurlijst
Agnew, John, ‘Sovereignty Regimes: Territoriality and State Authority in Contemporary World Politics’, Annals of the Association of American Geographers, vol. 95, nr. 2, 2005, p. 437-461.
Alexander, Heather, and Jonathan Simon, ‘No Port, No Passport: Why Submerged States Can Have No Nationals’, Washington International Law Journal, vol. 26, nr. 2, April 2017, p. 307-322.
Angell, Kim, ‘New Territorial Rights for Sinking Island States’, European Journal of Political Theory, online first 16 November 2017, p. 1-21.
Ankersmit, L.J., Globalization and the Internal Market: Process-based Measures within the EU Legal Order, doctoral thesis, Vrije Universiteit Amsterdam, 2015.
Ankersmit, Laurens, ‘Handelen Met een Schoon Geweten: De Europese Interne Markt en Regulering van Fairtrade- en Groene Goederen’, Ars Aequi, november 2015, p. 946-950.
Arts, Karin, ‘Children’s Rights and Climate Change’, in Claire Fenton- Glynn (ed.), Children’s Rights and Sustainable Development: Interpreting the UNCRC for Future Generations, Cambridge: Cambridge University Press, forthcoming May 2019, p. 216-235.
Barkemeyer, Ralph, Lutz Preuss en Lindsay Lee, ‘On the Effectiveness of Private Transnational Governance Regimes, Evaluating Corporate Sustainability Reporting According to the Global Reporting Initiative’, Journal of World Business, vol. 50, 2015, p. 312-325.
Bernaz, N., Business and Human Rights, History, Law and Policy, Bridging the Accountability Gap, London: Routledge, 2017.
Besselink, Leonard, ‘De Constitutioneel Meer Legitieme Manier van Toetsing: Urgenda voor het Hof Den Haag’, Nederlands Juristenblad, jrg. 93, afl. 41, 2018, p. 3078-3082.
Besson, Samantha, ‘Sovereignty’, Max Planck Encyclopedia of Public International Law, Oxford University Press, https://opil.ouplaw.com/ home/epil, last updated April 2011.
Bijlmakers, Stephanie, Corporate Social Responsibility, Human Rights and the Law, London: Routledge, 2018.
Blanchard, Catherine, ‘Evolution or Revolution? Evaluating the Territorial State-Based Regime of International Law in the Context of the Physical Disappearance of Territory Due to Climate Change and Sea-Level Rise’, Canadian Yearbook of International Law, vol. 53, Cambridge University Press, 2016, p. 66-118.
Bodansky, Daniel, Jutta Brunnee, and Lavanya Rajamani, International Climate Change Law, Oxford University Press, 2017.
Bogaard, Geerten, ‘Urgenda en de Rol van de Rechter: Over de Ondraaglijke Leegheid van de Trias Politica’, Ars Aequi, jrg. 65, afl. 1, januari 2016, p. 26-33.
Boot, P.A., ‘Ervaring met klimaatwetten in andere Europese landen’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 39-54.
Brans, E.H.P., & M.W. Scheltema, ‘Addressing Climate (Liability) Risks in the Financial Sector, in: F.E.J. Beekhoven van den Boezem, C.J.H. Jansen & B.A. Schuijling (eds.), Sustainability and Financial Markets, Law of Business and Finance Series, vol. 17, Deventer: Wolters Kluwer, forthcoming 2019, chapter 4.
Bree, Martin de, Private Borging van Regelnaleving in het Omgevingsrecht, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu, juni 2013.
Brown, Oli, ‘Migration and Climate Change’, Geneva: International Organization for Migration, 2008, p. 11-12.
Brus, Marcel, ‘Het Klimaatakkoord van Parijs: Bouwen aan Wereldrecht of Bewijs van Falende Internationale Samenwerking?’, Ars Aequi, jrg. 65, afl. 9, september 2016, p. 615-623.
Bueno, Nicloas, ‘The Swiss Popular Initiative on Responsible Business: From Responsibility to Liability’, in: L.F.H. Enneking et al. (eds), Accountability and International Business Operations: Providing Justice for Corporate Violations of Human Rights and Environmental Standards, London: Routledge, forthcoming 2019.
Burgers, Laura, ‘Historic Moment in European Private Law: Urgenda Decision Upheld by Dutch Court of Appeal and Provided with Stronger Legal Ammunition’, blogpost, 9 October 2018.
Burns, Bridget (with inputs from Laura Hall, Vera Zhou and Stella Gama), Pocket Guide to Gender Equality under the UNFCCC, European Capacity Building Initiative, Oxford, 2017.
Camps, M.R.P.M., ‘Duurzame Duurzaamheidsinitiatieven’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 71-74.
Carazo, María Pía, ‘Contextual Provisions (Preamble and Article 1)’, in Daniel Klein et al., The Paris Agreement on Climate Change: Analysis and Commentary, Oxford University Press, 2017, chapter 6, p. 107-122.
Cambridge Institute for Sustainablity Leadership and Ecofys, Better Partnerships, Understanding and Increasing the Impact of Private Sector Cooperative Initiatives, August 2015.
Corsi, Giulio, ‘The New Wave of Climate Change Litigation: A Transferability Analysis’, ICCG Reflection Nr. 59, Initiative on Climate Change policy and Governance, Venice, October 2017.
Crow, Kevin, and Lina Lorenzoni Escobar, ‘International Corporate Standards, Human Rights, and the Urbaser Standard’, Beiträge zum Transnationalen Wirtschaftrecht, heft 144, Juni 2017.
Deva, Surya, Regulating Corporate Human Rights Violations: Humanizing Business, London: Routledge, 2012.
Dijk, J.J. van, ‘Bestuursakkoord: Noodzakelijk, Maar Niet Voldoende’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 75-91.
Douma, W.Th., Annotatie in Jurisprudentie Milieurecht, afl. 10, 6 november 2018, p. 1263-1278.
Dudai, Ron, ‘Climate Change and Human Rights Practice’, Journal of Human Rights Practice, vol. 1, nr. 2, 2009, p. 294-307.
Expert Group on Global Climate Change, Principles on Climate Obligations of Enterprises, The Hague: Eleven, 2018.
Elaine Fahey, Introduction to Law and Global Governance, Cheltenham: Edward Elgar, 2018.
Geisser, Gregor, ‘Die Konzernverantwortungsinitiative – Darstellung, rechtliche Würdigung und mögliche Umsetzung’, Aktuelle Juristische Praxis, nr. 8, 2017, p. 943-966.
Gerbrandy, A., ‘Klimaatakkoord(en) en het Mededingingsrecht’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 57-70.
Giessen, Ivo, ‘Van Tilburg via Wenen naar Oslo: De Oslo Principles en de Impact van ‘Softe’ Reguleringsinitiatieven in het Aansprakelijkheidsrecht ’, in: Michael Faure en Ton Hartlief (red.), De Spier-Bundel: De Agenda van het Aansprakelijkheidsrecht, Deventer: Wolters Kluwer, 2016, p. 35-49.
Helderman, J.K., & M.E. Honingh m.m.v. S. Thewissen, Systeemtoezicht: Een Onderzoek naar de Condities en Werking van Systeemtoezicht in Zes Sectoren, Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum van het Ministerie van Justitie (WODC) en de interdepartementale werkgroep Handhaving en Gedrag, 2009.
Hey, Ellen, en Federica Violi, ‘The Hard Work of Regime Interaction: Climate Change and Human Rights’, in: Climate Change: Options and Duties under International Law, Mededelingen van de KNVIR, nr. 145, Den Haag: Asser Press, 2018, p. 1-24.
International Bar Association, ‘Achieving Justice and Human Rights in an Era of Climate Disruption: Climate Change Justice and Human Rights Task Force Report’, London: IBA, July 2014.
IPCC, ‘Global Warming of 1.5°C: An IPCC Special Report on the impacts of global warming of 1.5°C above pre-industrial levels and related global greenhouse gas emission pathways, in the context of strengthening the global response to the threat of climate change, sustainable development, and efforts to eradicate poverty’, October 2018, www.ipcc.ch/sr15.
Jegede, Ademola Oluborode, ‘Indigenous Communities Displaced by Climate Change and Extraterritorial Application of States’ Obligations in Africa’, in Lilian Chenwi and Takele Soboka Bulto (eds), Extraterritorial Human Rights Obligations from an African Perspective, Cambridge: Intersentia, 2018, p. 207-230.
Kälin, Walter, and Nina Schrepfer, ‘Protecting People Crossing Borders in the Context of Climate Change: Normative Gaps and Possible Approaches’, United Nations High Commissioner for Refugees, Legal and Protection Policy Research Series, Geneva: UNHCR, 2012.
Kneepkens, M., ‘The Scope for Exempting Anti-Competitive Self-regulation from the Cartel Prohibition’, in: Adam McCann, Mandy van Rooij, Antenor Hallo de Wolf, and Richard Neerhof (eds), When Private Actors
Contribute to Public Interests, Den Haag: Eleven International Publishing, 2014, p. 27-50.
Kuijer, Martin, en Wouter Werner, ‘The Paradoxical Place of Territory in International Law’, Netherlands Yearbook of International Law, 2016, p. 3-17.
Kuijken, W.J., ‘Het Perspectief van de Deltacommissaris’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 113-116.
Kythreotis, Andrew Paul, ‘Progress in Global Climate Change Politics? Reasserting National State Territoriality in a ‘Post-Colonial’ World, Progress in Human Geography, vol. 46, nr. 4, p. 457-474.
Martinez Gandara, Alejandra, The Law and Economics of Eco-Labels, doctoral thesis, Erasmus University Rotterdam, 2013.
Matisoff, Daniel, ‘Sources of Specification Errors in the Assessment of Voluntary Environmental Programs: Understanding Program Impacts’, Journal of Policy Science, vol. 48, nr. 1, 2015, p. 109-126.
McLeman, Robert, ‘Developments in Modelling of Climate Change- Related Migration’, Climate Change, vol. 117, nr. 3, p. 599-611.
Menting, Marie-Claire, Industry Codes of Conduct in a Multi-Layered Dutch Private Law, doctoral thesis, Tilburg University, 2016.
Merone, Lea, and Peter Tait, ‘“Climate Refugees”: Is it Time to Legally Acknowledge Those Displaced by Climate Disruption?’, Australian and New Zealand Journal of Public Health, vol. 42, nr. 6, 2018, p. 508-509.
Mulder, Herman, and Martijn Scheltema, ‘Synthesis and Further Perspectives’, in: Herman Mulder, Martijn Scheltema, Sander van ‘t Foort and Constance Kwan (eds), OECD Guidelines for Multinational Enterprises: a Glass Half Full - A Liber Amicorum for Dr. Roel Nieuwenkamp, Paris: OECD, 2018.
Mulder, Jotte, ‘Een Duurzame Maatschappij, Wat Mag Dat Kosten?’, Nederlands Juristenblad, jrg. 90, afl. 28, 2015, p. 1917-1919.
Ober, Kayly, ‘How the IPCC Views Migration: An Assessment of Migration in the IPCC AR5 WGII Report’, TransRe Fact Sheet, issue nr. 1, University of Bonn: Department of Geography, November 2014.
Ogochukwu, Basil, ‘Litigating the Impacts of Climate Change: The Challenge of Legal Polycentricity’, Global Journal of Comparative Law, vol. 7, nr. 1, 2018, p. 91-114.
Paiement, Philip, Voluntary Sustainability Standards: Regulating and Coordinating in Transnational Law, doctoral thesis, Tilburg University, 2015.
Pattberg, P., en O. Widerberg, ‘Transnational Multistakeholder Partnerships for Sustainable Development: Conditions for Success’, Ambio, vol. 45, nr. 1, 2016, p. 47-48.
Peel, Jacqueline, and Hari M. Osofsky, ‘A Rights Turn in Climate Change Litigation’, Transnational Environmental Law, vol. 7, nr. 1, 2018, p. 37- 67.
Pijnacker Hordijk, E.H., ‘Beoordeling van Duurzaamheidsinitiatieven onder het Kartelverbod’, Markt & Mededinging, afl. 6, 2013, p. 187- 192.
Pinkse, Jonathan, and Ans Kolk, ‘Addressing the Climate Change–Sustainable Development Nexus: The Role of Multistakeholder Partnerships’, Business & Society, vol. 51, nr. 1, 2012, p. 176-210.
Posner, Eric A., ‘Climate Change and International Human Rights Litigation: A Critical Appraisal’, University of Pennsylvania Law Review, vol. 155, nr. 6, 2007, p. 1925-1945.
Ranganathan, Surabhi, ‘Global Commons’, European Journal of International Law, vol. 27, nr. 3, 2016, p. 693-717.
Ryngaert, Cedric, Jurisdiction in International Law, Oxford University Press, 2008, chapter 3 ‘The Territoriality Principle’.
Sands, Philippe J., and Ilona Millar, ‘Climate, International Protection’, in Rüdiger Wolfrum et al. (eds), Max Planck Encyclopedia of Public International Law, https://opil.ouplaw.com/home/epil, last updated January 2011.
Scheltema, Martijn W., ‘Assessing Effectiveness of International Private Regulation in the CSR Arena’, Richmond Journal of Global Law & Business, vol. 13, nr. 2, 2014, p. 263-375.
Scheltema, Martijn, ‘The Need for an Integrated Comparison of the Effectiveness of International Sustainable Forestry, Coffee and Cocoa Initiatives’, Recht der Werkelijkheid, vol. 35, nr. 3, 2014, p. 134-156.
Scheltema, M.W., ‘Transnationale Private Normen in het Bestuursrecht’, in: Hybride Bestuursrecht: Preadviezen, VAR Vereniging voor Bestuursrecht, Den Haag: Boom, 2016, p. 87-177.
Schurgens, Roel, ‘Urgenda en de Trias: Enkele Staatsrechtelijke Kanttekeningen bij het Geruchtmakende Klimaatvonnis van de Haagse Rechter’, Nederlands Juristenblad, jrg. 90, afl. 33, 2015, p. 2270-2277.
Setzer, Joana, and Mook Bangalore, ‘Regulating Climate Change in the Courts’, in Alina Averchenkova, Sam Frankenhauser and Michal Nachmany (eds), Trends in Climate Change Legislation, Cheltenham: Edward Elgar, 2017, p. 175-192.
Sorgdrager, W., ‘Een Klimaatbijeenkomst bij de Raad van State’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 11-27.
Spier, Jaap, ‘Private Law as a Crowbar for Coming to Grips with Climate Change?’, in Climate Change: Options and Duties under International Law, Mededelingen van de KNVIR, nr. 145, Den Haag: Asser Press, 2018, p. 25-70.
Sukeyasu, Yoshikichi, Oh! My Motherland Is Sinking Into the Sea: A Message From the Republic of Kiribati, Palazzo di Assisi: Associazone Casa Cantico delle Creature, 1998.
UNICEF, The Challenges of Climate Change: Children on the Front Line, Florence: UNICEF Office of Research, 2014.
UNICEF, Unless We Act Now: The Impact of Climate Change on Children, New York: UNICEF, 2015.
United Nations Environment Programme (UNEP) in cooperation with Columbia Law School (Sabin Centre for Climate Change Law), Climate Change and Human Rights, Nairobi: UNEP, December 2015.
United Nations Environment Programme (UNEP), The Status of Climate Change Litigation: A Global Review, Nairobi: UNEP, May 2017.
Verbruggen, Paul, ‘Private Regulation as a Form of New Governance in the EU’, in: Adam McCann, Mandy van Rooij, Antenor Hallo de Wolf, and Richard Neerhof (eds), When Private Actors Contribute to Public Interests, Den Haag: Eleven International Publishing, 2014, p. 228-240.
Verhey, L.F.M., ‘Een Effectief Klimaatbeleid: Institutionele Aspecten’, in: Raad van State, Klimaatbeleid in Wetgeving en Akkoorden: Verslag van de Expertbijeenkomst van de Raad van State op 20 maart 2018, Afdeling Advisering van de Raad van State, mei 2018, p. 103-112.
Vranken, Jan, Mr. C. Asser’s Handleiding tot de Beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, Algemeen Deel, Deventer: Kluwer 2005, nr. 87.
Willcox, Susannah, ‘Climate Change Innundation, Self-Determination, and the Atoll Island States’, Human Rights Quarterly, vol. 36, nr. 4, 2016, p. 1022-1037.