JAR 2014/302
Werknemer zonder verblijfstitel toch recht op insolventie-uitkering. De Centrale Raad van Beroep stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. Kern van de vraag is of Richtlijn 80/987/EEG zich verzet tegen een nationale regeling die werknemers beschermt bij insolventie van de werkgever volgens welke een derdelander zonder geldige verblijfstitel niet wordt aangemerkt als werknemer en geen aanspraak kan maken op een insolventie-uitkering terwijl hij volgens het civiele recht wel als werknemer wordt aangemerkt. Het Hof oordeelt dat de Richtlijn zich tegen een dergelijke regeling verzet.
HvJ EU 05-11-2014, ECLI:EU:C:2014:2337 (O. Tümer/Raad van bestuur UWV)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
5 november 2014
- Magistraten
Mrs. T. von Danwitz, A. Rosas, E. Juhász, D. Šváby, C. Vajda
- Zaaknummer
C-311/13
- Roepnaam
O. Tümer/Raad van bestuur UWV
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid werkloosheid / Algemeen
Insolventierecht / Bijzondere onderwerpen
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2014:2337, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 05‑11‑2014
- Wetingang
Art. 3 lid 3 WW
Essentie
Tümer is Turks staatsburger en woont sinds 1988 in Nederland. Vanaf 2007 heeft Tümer geen verblijfstitel meer. In 2005 treedt Tümer in dienst bij Halfmoon Cosmetics B.V. die premies WW voor Tümer afdraagt aan het UWV. In 2008 wordt Halfmoon in staat van faillissement gesteld en wordt Tümer het ontslag aangezegd. Vervolgens vraagt Tümer een insolventie-uitkering aan bij het UWV omdat Halfmoon hem geen loon heeft betaald over de periode waarin hij niet beschikte over een verblijfsvergunning. Het UWV wijst de aanvraag af omdat Tümer volgens art. 3 lid 3 WW niet kwalificeert als werknemer omdat hij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.