Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/14.3.5:14.3.5 Samenvatting
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/14.3.5
14.3.5 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS300818:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dubbele belastingheffing kan zich voordoen als het land van de debiteur op grond van een nationale thin capitalisationregel weigert om de rente in aftrek toe te laten en het land van de crediteur deze rente belast. De vraag of de bepaling over gelieerde ondernemingen in de weg kan staan aan nationale thin capitalisationregels moet dus per belastingverdrag worden beantwoord. Wordt deze vraag voor de toepassing van het desbetreffende belastingverdrag bevestigend beantwoord dan valt de thin capitalisationregel, naar het mij voorkomt, evenzeer onder het arm’s length-beginsel van het Arbitrageverdrag.
Is art. 4, lid 1, Arbitrageverdrag van toepassing op thin capitalisationregels en heeft het land van de debiteur deze regels in strijd met het arm’s length-beginsel toegepast, dan zal de uitkomst van de arbitrageprocedure zijn dat de verplichting om de dubbele heffing weg te nemen op dit land rust. Het land van de debiteur zal dan alsnog aftrek van de rente moeten verlenen.
Is de thin capitalisationregel in overeenstemming met het arm’s length-beginsel toegepast dan heeft het land van de debiteur de renteaftrek terecht geweigerd. De verplichting om de dubbele heffing weg te nemen, rust dan op het land van de crediteur. Het land van de crediteur is dan verplicht om de rente voor de toepassing van zijn nationale moeder-dochterregime te behandelen als dividend. De dubbele heffing wordt dan weggenomen als ten aanzien van dit dividend aan de voorwaarden van het moeder-dochterregime wordt voldaan.
De dubbele heffing kan ook optreden in de situatie waarin tussen een vaste inrichting en haar hoofdhuis een interne lening is aangegaan, namelijk wanneer de ene staat de interne rente belast en de andere staat deze rente niet in aanmerking neemt. In dit geval zal de arbitrageprocedure ertoe leiden dat de staat die de interne rente in de winst heeft opgenomen daarvan af moet zien.
De dubbele heffing kan zich ten slotte voordoen omdat de hoofdhuisstaat meer vreemd vermogen aan de vaste inrichting toerekent dan de vaste-inrichtingstaat. Het is dan nodig om vast te stellen welke staat de zelfstandigheidsfictie heeft geschonden. Deze staat zal vervolgens op grond van de arbitrageprocedure worden gedwongen tot een toerekening van eigen en vreemd vermogen die wel in overeenstemming is met de zelfstandigheidsfictie.