NJB 2025/1121
Mishandeling door in het gezicht te spugen, art. 300 Sr: in casu heeft de verdachte zijn gezicht vlakbij het gezicht van het slachtoffer gebracht en haar vol in het gezicht en de ogen gespuugd, wat zij vreselijk vies en walgelijk vond. Het oordeel van het hof dat de verdachte bij het slachtoffer opzettelijk een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording teweeg heeft gebracht en dat hij het slachtoffer heeft mishandeld, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, nog daargelaten dat het slachtoffer als gevolg van het spugen door de verdachte letsel aan haar ogen heeft opgelopen, te weten een infectie en een beschadiging van het hoornvlies.
HR 27-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:774
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/04635
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:774, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:318, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑08‑2023
- Wetingang
(art. 300 Sr)
Essentie
Mishandeling door in het gezicht te spugen, art. 300 Sr: in casu heeft de verdachte zijn gezicht vlakbij het gezicht van het slachtoffer gebracht en haar vol in het gezicht en de ogen gespuugd, wat zij vreselijk vies en walgelijk vond. Het oordeel van het hof dat de verdachte bij het slachtoffer opzettelijk een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording teweeg heeft gebracht en dat hij het slachtoffer heeft mishandeld, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, nog daargelaten dat het slachtoffer als gevolg van het spugen door de verdachte letsel aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.