AB 2024/296
Geluidsoverlast Schiphol. Schending van art. 8 en art. 13 EVRM.
Rb. Den Haag 20-03-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3734, m.nt. L.M. Nijenhuis
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
20 maart 2024
- Magistraten
Mrs. R.C. Hartendorp, J.L.M. Luiten, C.J-A. Seinen
- Zaaknummer
C/09/632625/HA ZA 22-610
- Noot
L.M. Nijenhuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981100:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Milieurecht / Geluid en trillingen
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2024:3734, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 20‑03‑2024
ECLI:NL:RBDHA:2023:19096, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 29‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
De Staat handelt in strijd met art. 8 EVRM door het geldende wettelijke kader voor de geluidshinder rond Schiphol niet te handhaven en beleid te baseren op oude meetpunten. Door het ontbreken van adequate en daadwerkelijk gehandhaafde normen wordt bovendien niet voldaan aan de vereisten voor effectieve rechtsbescherming uit art. 13 EVRM.
Samenvatting
Voordat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van de vorderingen van RBV acht zij het van belang om eerst te schetsen welke taak zij in deze zaak heeft. Bij de totstandkoming van de wet- en regelgeving en het beleid ten aanzien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.