V-N 2020/33.25
Niet antwoorden op vragen bevestigt vermoeden van belastingfraude, zodat sprake is van nieuw feit
HR 03-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1180, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juli 2020
- Magistraten
Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
19/03998
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS206570:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1180, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑07‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2020
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het zwijgen van X voor de inspecteur een bevestiging kon zijn van het vermoeden van belastingfraude.
Samenvatting
X laat zijn aangiften IB indienen door een belastingconsulent. Uit onderzoek blijkt dat deze gemachtigde op grote schaal aangiften indient met gefingeerde aftrekposten. De inspecteur stelt vragen aan X die daarop echter niet reageert. Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit om de onterecht geclaimde aftrekposten bij X na te vorderen. X stelt dat het niet beantwoorden van vragen geen nieuw feit kan opleveren.
De Hoge Raad oordeelt dat het zwijgen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.