Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.8.3
III.C.8.3 Alleen inzage in het testament door vertrouwenspersoon
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409353:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie B.M.E.M. SCHOLS, De 'verplichte begrafenisclausule', Nieuw Erfrecht 2001 nr. 1, p. 14 die de titel van zijn bijdrage als volgt verklaart: 'Het nieuwe artikel 49a heeft mijns inziens tot gevolg dat iedereen onder het nieuwe erfrecht ''verplicht'' aanwezig zal zijn op de begrafenis. Het testament is immers nog niet geopenden niemandzal het risico durven te lopen dat hij'onterfd' (!) wordt, omdat hij tot erfgenaam benoemd is onder de ontbindende voorwaarde dat hij niet op de begrafenis is geweest.' Overigens dient het notariaat vanzelfsprekend bedacht te zijn op de clausule van art. 49a Wna als vlak na het overlijden het testament wordt opgevraagd. Zeker nu deze clausule gelet op de 'maatschappelijke behoefte' steeds meer gemaakt zal worden.
Commissie Erfrecht KNB, Rapport II (1963-1966), p. 155-156.
MAYER/BONEFELD/WALZHOLZ/WEIDLICH, Testamentsvollstreckung, Angelbachtal: Zerb Verlag 2005, p. 380.
Verslag mondeling overleg, tevens eindverslag, nr. 8, p. 79, Parl. Gesch.Vast., p. 979.
Het wordt steeds meer als maatschappelijk gewenst ervaren dat de 'opening' van het testament eerst na de uitvaart geschiedt. Hiervoor was echter onder het oude erfrecht geen wettelijke basis. Met de invoering van het nieuwe erfrecht is dan ook een nieuwe regel ingevoerd en wel in art. 49a Wet op het notarisambt, waarbij aansluiting is gezocht bij art. 16 van de Wet op de Lijkbezorging:1
'De erflater kan bij uiterste wilsbeschikking bepalen dat de in artikel 49 eerste lid, bedoelde afschriften, uittreksels en grossen van zijn uiterste wil niet mogen worden uitgegeven noch inzage in zijn uiterste wil mag worden verleend, voor zijn lijk is begraven of verbrand, met dien verstande dat zodanig uitstel niet meer mag bedragen dan vijf dagen na het overlijden van erflater.'
Op grond van deze bepaling krijgt erflater derhalve de bevoegdheid testamentair te bepalen dat zijn uiterste wil eerst na zijn begrafenis zal worden geopenbaard. Dit artikel 49a Wna hebben we te danken aan een suggestie van de Commissie Erfrecht van de KNB,2 die bij de wetgever in goede aarde is gevallen. Ik citeer uit het betreffende rapport:
'Ieder kent de ruzies die voor de begrafenis of tijdens de begrafenis ontstaan, doordat de testamentaire beschikkingen voor de begrafenis bekend zijn. Een testament behoort niet voor de begrafenis ''geopend'' te worden. In de huidige praktijk wordt deze norm in het algemeen wel nageleefd, het notariaat wijst erop, dat zolang de overledene boven aarde staat het testament moet blijven rusten. Een wettelijke norm ontbreekt echter. Indien het geeist wordt, zal de notaris daarom onmiddellijk na het overlijden de gesloten uiterste wil moeten aanbieden. Hij kan niet weigeren aan de onmiddellijk belanghebbende inzage van het openbaar testament te geven.'
De Commissie sluit af met de treffende opmerking:
'Ieder heeft recht op een rustige begrafenis.'
Het bevreemdt dan ook niet dat de executeur als vertrouwenspersoon van erflater, ondanks dat erflater bepaald heeft dat de uiterste wilsbeschikking pas geopend mag worden na de uitvaart, veelal (als enige) toestemming krijgt om het testament reeds voor die tijd in te zien, juist met het oog op deze uitvaart, en wellicht niet alleen met het oog op de uitvaart.Dat neemt niet weg dat het verstandiger zou zijn dat de erflater de executeur voor zijn overlijden reeds van de betreffende informatie voorziet. In de Duitse literatuur wordt in het kader van uitvaartregelingen dan ook de navolgende waarschuwing uit-gebracht:3
'Kautelarjuristisch betrachtet ist es ungunstig, Bestattungsanordnungen in eine letztwillige Verfugung aufzunehmen, da regelmassig die Eröffnung der Ver-fugung erstnach erfolgter Bestattung vorgenommen wird.' (Curs. BS)
Hieruit blijkt dat het goed is de uitvaart reeds vooraf met de vertrouwenspersoon te bespreken, dan wel dat deze op de hoogte is waar de 'wensen' op dit gebiedzich bevinden.
Wat de inzage in het testament betreft, merk ik op dat, afgezien van het bepaalde in art. 49a Wna, in de parlementaire geschiedenis de vraag aan de orde is geweest of de vereffenaar inzage mag nemen in het testament, bijvoor-beeldom op de hoogte te komen van toegekende legaten. Deze vraag is beves-tigendbeantwoord.4