AB 2019/149
Boeteoplegging aan (ex-)gehuwden geschiedt per individu op basis van individueel te bepalen evenredigheid. De Raad introduceert een nieuw criterium bij de bepaling van de evenredigheid, namelijk een verdeelsleutel tussen de (ex-)gehuwden. Voorts blijkt overschrijding van de redelijke termijn gevolgen te hebben voor de boetehoogte.
CRvB 11-12-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4120, m.nt. C.W.C.A. Bruggeman
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
11 december 2018
- Magistraten
Mrs. O.L.H.W.I. Korte, M. Hillen, M. Schoneveld
- Zaaknummer
16/3263 WWB
- Noot
C.W.C.A. Bruggeman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS31492:1
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand / Bijzondere onderwerpen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:4120, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 11‑12‑2018
- Wetingang
Art. 5:46 lid 2 Awb; art. 18a Participatiewet; art. 23 lid 4 Sr
Essentie
Boeteoplegging aan (ex-)gehuwden geschiedt per individu op basis van individueel te bepalen evenredigheid. De Raad introduceert een nieuw criterium bij de bepaling van de evenredigheid, namelijk een verdeelsleutel tussen de (ex-)gehuwden. Voorts blijkt overschrijding van de redelijke termijn gevolgen te hebben voor de boetehoogte.
Samenvatting
In dit geval is de som van de aan appellanten op te leggen boete, te weten € 32.889,61, hoger dan de in dit geval maximaal op grond van art. 18a Participatiewet op te leggen boete van € 18.794,06, wegens schending van de inlichtingenverplichting, gebaseerd op het benadelingsbedrag en de hoogste mate van verwijtbaarheid. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.