NJ 1926, p. 1018
Overeenstemming tusschen twee merken (voor rijwielen, onderdeden en toebehooren), waarvan de hoofdvoorstelling is resp. een en twee uit letters gevormde wielrijders. Indruk, welke de voorstelling maakt op het koopend publiek.
HR 18-06-1926, ECLI:NL:HR:1926:276
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 1926
- Magistraten
Mrs. Savelberg, Jhr. Feith, Visser, Kosters en van den Dries.
- Zaaknummer
[18061926/NJ_1926,_p._1018]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1926:276, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑1926
- Wetingang
(Merkenwet 1893 art. 10.)
Essentie
Overeenstemming tusschen twee merken (voor rijwielen, onderdeden en toebehooren), waarvan de hoofdvoorstelling is resp. een en twee uit letters gevormde wielrijders. Indruk, welke de voorstelling maakt op het koopend publiek.
Samenvatting
De afbeelding van de desbetreffende artikelen op zichzelf heeft, gelijk het Hof met juistheid aannam, wel geen voldoende onderscheidende kracht, maar het betreft hier niet zulk een afbeelding op zichzelf en zonder meer, daar de voorstelling van wielrijders gevormd door letters een zoodanigen indruk op den geest vermag achter te laten, dat zij onderscheidende kracht bezit. Terecht heeft het Hof, de merken met elkander vergelijkend, de voorstelling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.