NJB 2018/7:Tussen een vennootschap die een forellenkwekerij exploiteert, de aandeelhouder daarvan en de afnemer van forelfilet worden diverse overeenkomsten gesloten over de afname van forelfilet, de koop van aandelen en de betaling van royalty’s aan de aandeelhouder. Na beëindiging van de samenwerking stellen partijen over en weer vorderingen in. Hoge Raad: 1. Samenhangende overeenkomsten. Bij de uitleg van de samenhangende overeenkomsten is het hof terecht ervan uitgegaan dat voor het antwoord op de vraag in hoeverre de opzegging van de ene overeenkomst doorwerkt in de andere overeenkomst, bepalend is wat de contractspartij in het licht van de samenhangende rechtsverhoudingen in redelijkheid van de wederpartij mocht verwachten. 2. Motivering. Het hof mocht niet ongemotiveerd voorbijgaan aan de in de cassatieklacht aangeduide omstandigheden. 3. Wettelijke handelsrente. Art. 6:119a BW heeft alleen betrekking op de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst, en niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe zo’n overeenkomst aanleiding kan geven, en evenmin op vorderingen tot vergoeding van schade