Overeenkomst tot arbitrage
Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/4.7.1:4.7.1 Inleiding
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/4.7.1
4.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS502233:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MASSURAS, blz. 76-77.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meestal kan eenvoudig worden vastgesteld of wij met de essentialia van de arbitrageovereenkomst of met de resterende aangelegenheden van de arbitrage van doen hebben.
’(...) Mithin steht fest, daß der notwendige Inhalt des Schiedsvertrags (...) in denkbar großtem Masse eingeschränkt ist ( ) Folgerichtig betrifft alles, was das bloße Ingangsetzen des Schiedsverfahrensmechanismus übersteigt, diesen Mechanismus an sich und gehört zum Schiedsverfahren. (...)."1[cursivering toegevoegd]
De essentialia zijn volgens de wet beperkt tot de onderwerping van geschillen uit een bepaalde rechtsbetrekking, of bepaalde zaken buiten geschil, aan arbitrage (zie 4.3 en 4.4). Voor het overige hebben wij in beginsel met de resterende aangelegenheden van doen. In een aantal gevallen zal dit evenwel tot vragen aanleiding kunnen geven. Ik noem de overeenkomst waarin een partij toetreedt tot de overeenkomst tot arbitrage (art. 1045 lid 3 Rv) (zie 4.7.2), de overeenkomst waarin partijen voorzien in arbitraal hoger beroep (art. 1050 lid 1 Rv) (zie 4.7.3) en de overeenkomst waarin partijen het scheidsgerecht bevoegd verklaren in arbitraal kort geding vonnis te wijzen (art. 1051 lid 1 Rv)) (zie 4.7.4).
Alvorens op vorenstaande punten wordt ingegaan, zij opgemerkt dat het heel wel mogelijk is dat aangelegenheden die niet als essentialia van de overeenkomst tot arbitrage kunnen worden aangemerkt (zie 4.6) gelet op de overeenkomst tussen partijen voor partijen essentieel zijn (zie 4.1 in fine).