RBP 2020/55
Internationaal privaatrecht. Komt de rechtsmacht op grond van artikel 8 sub 2 EEX-Vo II automatisch te vervallen indien de rechter op zijn rechtsmacht met betrekking tot de oorspronkelijke vordering terugkomt?
Rb. Midden-Nederland 29-04-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1825
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
29 april 2020
- Magistraten
Mrs. J.K.J. van den Boom, J.P.H. van Driel van Wageningen, H.A. Brouwer
- Zaaknummer
C/16/445060 / HA ZA 17-682
- JCDI
JCDI:ADS206818:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2022:2816, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 13‑07‑2022
ECLI:NL:RBMNE:2020:3552, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 02‑09‑2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:1825, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 29‑04‑2020
ECLI:NL:RBMNE:2019:242, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 30‑01‑2019
ECLI:NL:RBMNE:2018:2163, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 23‑05‑2018
- Wetingang
Art. 7 sub 2, 8 sub 2EEX-Verordening II (Verordening (EU) 1215/2012, hierna EEX-Vo II); art. 4 Verordening Rome II (Verordening (EG) 864/2007); art. 3 Insolventieverordening (Verordening (EG) 1346/2000, hierna InsVo)
Essentie
Internationaal privaatrecht. Rechtsmacht. Plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis (Handlungsort). Plaats van het intreden van schade (Erfolgsort).
Geldt de plaats van de vestiging van een vennootschap die geen verhaal voor de vorderingen van haar schuldeisers biedt, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan in de zin van artikel 7 sub 2 EEX-Vo II, indien de onverhaalbaarheid van de vorderingen het gevolg is van een schending van de zorgplicht van de indirect aandeelhouder van deze vennootschap jegens de schuldeisers? Komt de rechtsmacht op grond van artikel 8 sub 2 EEX-Vo II automatisch te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.