Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/4.4
4.4 Vruchtgebruiker en pandhouder zonder stemrecht
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS380625:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook: Bos, diss. (2005), p. 140 en Asser/Maeijer 2-III (2000), nr. 224. Dit volgt ook uit de wetsgeschiedenis, zie § 4.2.
OK 29 oktober 2012, JOR 2013/9 m.nt. Spruitenburg (Nijl Aircraft Docking). Zie voor de tweede (en bij mijn weten laatste) keer dat een pandhouder een enquêteverzoek indient OK 28 juli 2014, ARO 2014/170 (’t Pierement Antiek en Beheer).
OK 29 oktober 2012, JOR 2013/9 m.nt. Spruitenburg (Nijl Aircraft Docking), r.o. 2.9.
OK 29 oktober 2012, JOR 2013/9 m.nt. Spruitenburg (Nijl Aircraft Docking), r.o. 2.4. Het maakt voor de enquêtebevoegdheid van ING als pandhouder overigens geen verschil dat de statuten van NAD spreken over certificaten die met medewerking zijn uitgegeven (thans certificaten met vergaderrecht bij de BV). De enquêteregeling maakt geen onderscheid tussen certificaten waaraan wel of geen vergaderrecht is verbonden (BV), evenmin als zij die maakt tussen certificaten die met of zonder medewerking zijn uitgegeven (NV). Zie § 3.2.3 en § 3.2.4.
Heeft de vruchtgebruiker of pandhouder geen stemrecht dan maakt de wet een onderscheid tussen aandelen in een NV of BV.
De vruchtgebruiker of pandhouder van aandelen in een NV hebben de rechten van bewilligde certificaathouders, tenzij deze rechten hen bij de vestiging of overgang van het pandrecht respectievelijk vruchtgebruik of bij de statuten worden onthouden (art. 2:88/89 lid 4 BW). Bij de NV dient de vruchtgebruiker of pandhouder zonder stemrecht de certificaathoudersrechten dus expliciet te worden ontzegd.
Bij de BV bevat de wet een omgekeerde regel. De vruchtgebruiker of pandhouder van aandelen in een BV hebben slechts de rechten van houders van certificaten waaraan vergaderrecht is verbonden, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of overgang van het pandrecht respectievelijk vruchtgebruik niet anders is bepaald (art. 2:197/198 lid 4 BW). Bij de BV dient de vruchtgebruiker of pandhouder zonder stemrecht de certificaathoudersrechten dus expliciet te worden toegezegd. De gedachte achter dit verschil in redactie met de NV ligt besloten in het rechtskarakter van de BV. Het besloten karakter van de BV brengt mee dat ‘buitenstaanders’ uitdrukkelijk toegelaten moeten worden.1
Een voorbeeld van een zaak waarin een pandhouder zonder stemrecht een enquêteverzoek indient, is de Nijl Aircraft Docking-beschikking.2 De feiten zijn als volgt. De vennootschap Nijl Aircraft Docking BV (NAD) is onderdeel van de Nijl Groep. Aan het hoofd van de Nijl groep staat Nijl Holding, die enig bestuurder en enig aandeelhouder van NAD is. ING verstrekt in 2008 een krediet aan de Nijl Groep.
Vanaf 2011 gaat het bergafwaarts met de Nijl Groep waardoor zij in financiële moeilijkheden komt. ING vreest voor de terugbetaling van haar krediet en bedingt derhalve in 2012 een pandrecht op de aandelen van Nijl Holding in NAD.
Het pandrecht maakt ING niet per definitie enquêtebevoegd. Bij de vestiging van het pandrecht is bepaald dat ING het stemrecht op de verpande aandelen niet toekomt.3 Op grond van de statuten van NAD beschikt ING als pandhouder zonder stemrecht echter wel over de rechten “die door de wet zijn toegekend aan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen” (per 1 oktober 2012: certificaten met vergaderrecht).4ING heeft derhalve dezelfde rechten als certificaathouders, waaronder het enquêterecht. De bank beschikt dus over de enquêtebevoegdheid op grond van art. 2:198 lid 4 BW in combinatie met de statuten van NAD.