HR, 27-05-2025, nr. 22/04744
ECLI:NL:HR:2025:806
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27-05-2025
- Zaaknummer
22/04744
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:806, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2022:3628
- Vindplaatsen
Uitspraak 27‑05‑2025
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben van pistool (art. 26.1 WWM), 2 autodiefstallen (art. 310 Sr) en autodiefstal d.m.v. braak (art. 311.1.5 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 22/04745.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04744
Datum 27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2022, nummer 23-001960-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.