RF 2025/34
Afwikkeling van bank in noodregeling. Drievoudige redelijkheidstoets bij kostendoorbelasting. Onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden.
HR 14-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:389
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03367
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16024:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Omzetbelasting / Vergoeding
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:389, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:749, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Welke kosten mag de bank in haar afwikkeling doorbelasten aan non-compliant rekeninghouders?
Samenvatting
FCIB’s bankvergunning was in 2006 ingetrokken omdat rekeninghouders betrokken waren bij grootschalige BTW-fraude, waar FCIB later ook zelf van werd verdacht. Rekeninghouders zijn kort na het uitspreken van de noodregeling, op 14 december 2006 opgeroepen mee te werken aan uitkering van hun banktegoeden onder overlegging van know your client (KYC) en enhanced due diligence (EDD) documentatie. Vanaf 21 maart 2007 gold bovendien een uitkeringsprocedure op grond waarvan rekeninghouders uit de risicogroep ook een accountantsrapport moesten overleggen om te voorkomen dat geld dat uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.