De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief
Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.4.3:VI.4.3 Ten overvloede: schade
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.4.3
VI.4.3 Ten overvloede: schade
Documentgegevens:
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278915:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor algemene definities van schade en verdere uitleg over schadebegroting T.F.E. Tjong Tjin Tai, Schadebegroting, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 16 e.v.
Vaak onder een voorwaarde zoals ‘voor zover wettelijk toegestaan’, zie bijvoorbeeld de polisvoorwaarden van verzekeraar Hiscox (2017).
Vergelijk E.M.I. Wolper, ‘Privacyrisico’s verzekerd’, P&I 2015/1, p. 4. en W.C.T. Weterings 2015, voetnoot 51.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Cyberverzekeringen roepen de nodige vragen op over de zorgplicht van assurantietussenpersonen. De onduidelijkheden over deze verzekeringen en de soms grote verschillen in voorwaarden zullen bovendien eveneens bij het bepalen van de omvang van de schade een rol spelen. De schade bestaat uit het bedrag dat zou zijn uitgekeerd indien de ontbrekende verzekering wel zou zijn afgesloten, dan wel indien de betreffende verzekering wel dekking had geboden.1 Door de genoemde onduidelijkheden en verschillen in polissen zal dat bedrag echter niet altijd even makkelijk te bepalen zijn, temeer nu de dekking bij cyberverzekeringen deels bestaat uit diensten in plaats van uit geld, bijvoorbeeld IT-advies, recovery’s, forensische expertise en reputatiemanagement. Het scenario dat de cyberverzekering evenmin (volledige) dekking had geboden, bijvoorbeeld vanwege een uitsluiting of een sublimiet, is bovendien niet ondenkbaar. Ook zou zich de situatie kunnen voordoen dat een verzekeringnemer een boete heeft gekregen van de Autoriteit Persoonsgegevens en de tussenpersoon aanspreekt wegens het ontbreken van een cyberverzekering, die op dit moment voor deze boetes dekking kan bieden.2 De tussenpersoon zou zich wellicht kunnen verweren met de stelling dat het verzekeren van boetes in strijd is met de goede zeden in de zin van artikel 3:40 BW en de verzekeringsovereenkomst op dit punt dus nietig (en daarmee niet adequaat) is.3 De eventuele strijd met de goede zeden is nog een discussiepunt, dat bovendien op zichzelf staat en voor dit artikel te ver voert. Het illustreert evenwel dat de cyberverzekering vragen oproept. Dat (de werking van) de cyberverzekering nader onderzoek vereist, ligt derhalve voor de hand.