NJ 1930, p. 152
Art. 429 Sv. Van niet-betwisting v. e. in eersten aanleg afgelegde getuigenverklaring niet gebleken. Smaadschrift: „fraude" een, bepaald feit?
HR 11-11-1929, ECLI:NL:HR:1929:285
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 1929
- Magistraten
Mrs. Jhr. de Savornin Lohman, Savelberg, Taverne, Van Dijck en Kranenburg
- Zaaknummer
[11111929/NJ_1930,_p._152]
- Conclusie
Conclusie van den Adv.-Gen. Besier.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1929:285, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑1929
- Wetingang
Essentie
Art. 429 Sv. Van niet-betwisting v. e. in eersten aanleg afgelegde getuigenverklaring niet gebleken. Smaadschrift: „fraude" een, bepaald feit?
Samenvatting
Het Hof heeft overwogen, dat een in eersten aanleg afgelegde getuigenverklaring niet is betwist. Het proces-verbaal der zitting der Rb. houdt echter niets in, waaruit kan blijken, dat de verdachte die verklaring uitdrukkelijk of stilzwijgend niet betwistte. Integendeel, het proces-verbaal houdt wel in, dat verdachte zeide andere verklaringen niet te betwisten, maar een dergelijke uitlating ontbreekt omtrent de hier bedoelde verklaring, hoewel deze op haar plaats zou zijn geweest.
Concl. Adv.-Gen.: In het beleedigende geschrift wordt gesproken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.