Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.2.1
II.4.3.2.1 Onderwerp
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625072:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een toelichting op de bestaansvereisten 1, 2 en 4 verwijs ik naar Asser/Rutten-II 1982, p. 62 e.v.
Asser/Rutten-II 1982, p. 156.
Asser/Rutten-II 1982, p. 156.
Vgl. Asser/Rutten-II 1982, p. 157. Zoals Rutten aangeeft, heeft een verbintenis immers niet telkens een zaak tot onderwerp. Dit is slechts het geval bij verbintenissen om te geven, maar bijvoorbeeld niet bij verbintenissen om te dulden, te doen of niet te doen.
Vgl. Pitlo/Bolweg 1979, p. 224, waarin wordt opgemerkt dat het beter is om te spreken over het ‘voorwerp’ in plaats van het onderwerp: ‘Onderwerp (subject) van de verbintenis is de schuldenaar enerzijds, de schuldeiser anderzijds. […]. Dat de overeenkomst een bepaald voorwerp moet hebben, wil immers niets anders zeggen dan dat het voorwerp van de verbintenissen die uit de overeenkomst voortvloeien, bepaald moet zijn. Het voorwerp van een verbintenis (de inhoud daarvan) is, zo zagen wij in de inleiding, de prestatie die de debiteur moet verrichten.’
Asser/Rutten-II 1982, p. 157.
Zie in dit kader ook Kolkman 2006, p. 8 die schrijft: ‘In het Romeinse recht ligt bij de verbintenis de nadruk op de band tussen schuldeiser en schuldenaar. De subjecten van de verbintenis zijn van doorslaggevende betekenis voor haar identiteit […]. Langzaam echter wordt de band met de subjecten losser en komt de nadruk op het object van de verbintenis te liggen. In navolging van de Duitse literatuur neemt de Nederlandse als heersende visie aan dat het kernelement van een verbintenis het recht op een prestatie is. […]. Niet de band tussen de persoon op wie de prestatieplicht rust en de persoon die tot de prestatie gerechtigd is, doch de prestatie zelf komt centraal te staan (curs. NB).’
Zie ook Asser/Rutten-I 1981, p. 13 e.v.
Zoals ook hierboven reeds door mij is opgmerkt, verlangde art. 1356 oud BW dat voor de bestaanbaarheid van overeenkomsten aan de volgende vier voorwaarden werd voldaan:
de toestemming van degenen die zich verbinden;
de bekwaamheid om een verbintenis aan te gaan;
een bepaald onderwerp;
een geoorloofde oorzaak.1
In deze subparagraaf stip ik kort aan wat het vereiste van een bepaald onderwerp met betrekking tot de overeenkomst inhield.
Teneinde het beoogde rechtsgevolg in het leven te roepen, moest iedere overeenkomst een bepaald onderwerp hebben. Onder onderwerp in art. 1356 oud BW werd verstaan ‘het geheel van rechten en verplichtingen welke de overeenkomst doet ontstaan’.2 Als vrijwel algemeen aanvaarde opvatting heeft de wetgever met het onderwerp van de overeenkomst bedoeld:
‘Het voorwerp der verbintenis, de prestatie dus, id quod debetur, datgene waartoe de schuldenaar verplicht en de schuldeiser gerechtigd is.’3
Onder het onderwerp van de overeenkomst dient dus niet te worden verstaan het voorwerp van de prestatie ofwel ‘de zaak’.4 Het gaat om de prestatie (het voorwerp van de verbintenis) zelf:5
‘Indien een huis wordt verkocht is het onderwerp der overeenkomst niet het huis, maar het in eigendom leveren van het huis en het betalen van de koopsom. Bij de arbeidsovereenkomst is het onderwerp der overeenkomst: het verrichten van arbeid enerzijds, anderzijds het betalen van loon.’6
Het onderwerp van de overeenkomst is met andere woorden synoniem aan het voorwerp van de verbintenis ofwel de prestatie. Hiertoe behoren overigens niet de subjecten van de verbintenis, dat wil zeggen de schuldeiser en de schuldenaar.7 Op de vraag óf en in hoeverre deze subjecten van de verbintenis (in het licht van de verbintenisscheppende overeenkomst) voor haar rechtsgeldigheid bepaald dienen te zijn, ga ik nader in, in paragraaf 4.3.8. Bij het voorwerp van de verbintenis (het onderwerp) gaat het enkel om het object. Zoals gezegd dient dit object/ voorwerp van de verbintenis niet te worden vereenzelvigd met ‘de zaak’.8
Als onderwerp van de verbintenis kan kortom worden aangemerkt: het voorwerp van de verbintenis ofwel de prestatie ofwel het object.