RFR 2017/75
Partneralimentatie. Is in dit geval voldaan aan de vereisten van art. 1:160 BW?
Hof 's-Hertogenbosch 26-01-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:245
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
26 januari 2017
- Magistraten
Mrs. M.J. van Laarhoven, C.D.M. Lamers, M.C. Bijleveld-van der Slikke
- Zaaknummer
200 173 575_01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926234:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2017:245, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 26‑01‑2017
- Wetingang
Art. 1:160 BW
Essentie
Partneralimentatie. Einde alimentatieplicht.
Is de vrouw erin geslaagd tegenbewijs te leveren, waardoor zij het voorshands geleverde bewijs van de man, dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging, heeft weten te ontkrachten?
Samenvatting
Partijen waren gehuwd. Het huwelijk is in 2011 ontbonden door inschrijving van de echtscheiding. Partijen hebben een convenant gesloten, waarin is opgenomen dat de man aan de vrouw aan partneralimentatie € 1.092 per maand betaalt. Verder is opgenomen dat in het geval de vrouw gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd, of als hadden zij hun partnerschap laten registeren, in afwijking van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.