Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.1:5.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192666:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
184. Het aanbieden van het akkoord vormt de eerste fase van het pre-insolventieakkoordproces. Deze fase resulteert in het aanbieden van het akkoordvoorstel aan de betrokken vermogensverschaffers. Een dergelijk aanbod komt echter niet uit het niets: het akkoordproces vangt doorgaans al (veel) eerder aan. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij enkele belangrijke aspecten van de eerste fase, zoals de vragen wanneer en onder welke voorwaarden het pre-insolventieakkoord kan worden aangeboden (§5.2), wie daartoe het initiatief kan nemen (§5.3), welke vorm- en bekendmakingsvoorschriften er gelden voor het akkoordvoorstel (§5.4) en welk gevolg het aanbieden van het akkoord heeft voor de beheers- en beschikkingsbevoegdheid van de schuldenaar (§5.5). De wetgever heeft voorzien in een bijzondere procedure waarin discussiepunten die van belang zijn voor het pre-insolventieakkoordtraject in een vroegtijdig stadium door de rechter kunnen worden beslecht. Deze geschillenregeling komt in §5.6 aan bod. Ten slotte worden in §5.7 en 5.8 de afkoelingsperiode en de beperkingen aan ‘ipso facto’-clausules besproken. Deze voorzieningen beogen de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over het akkoord wat ademruimte te bieden.