Asser Procesrecht 11 Faillissement
Einde inhoudsopgave
Asser Procesrecht/Verstijlen 11 2025/311:311 Art. 37a Fw.
Asser Procesrecht/Verstijlen 11 2025/311
311 Art. 37a Fw.
Documentgegevens:
prof. mr. F.M.J. Verstijlen, datum 31-12-2024
- Datum
31-12-2024
- Auteur
prof. mr. F.M.J. Verstijlen
- JCDI
JCDI:BSD11915:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De normale situatie zal zijn dat de wederpartij de overeenkomst ontbindt of gebruik maakt van een andersoortige in het contract opgenomen beëindigingsmogelijkheid. De daaruit voortvloeiende vorderingen tot ongedaanmaking en schadevergoeding moeten ter verificatie worden ingediend. Het is de geëigende weg voor dergelijke vorderingen.1Art. 37a Fw bevat daartoe een expliciete bepaling, omdat twijfel zou kunnen ontstaan over de verifieerbaarheid van vorderingen die soms “technisch-juridisch” na de faillietverklaring ontstaan.2 Dat de bepaling spreekt over de wederpartij die “als concurrent schuldeiser in het faillissement [kan] opkomen”, is wat ongelukkig in de gevallen dat de vordering een voorrang heeft. Uit niets ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.